Toch de B.V. in?!

IB-ondernemer blijven of de B.V. in? Nu de tarieven in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting gaan wijzigen, is het slim opnieuw te kijken naar de rechtsvorm van je onderneming. Wat verandert er? Lees verder en onderneem eventueel vóór 1 april actie!

Tariefswijzigingen

Het tarief in de vennootschapsbelasting daalt stevig: van 20% in 2018 en 19% nu naar 15% in 2021 en voor winsten boven € 200.000 van 25% tot en met 2019 naar 20,5% in 2021. Wel wordt vanaf 2019 de afschrijving op gebouwen in de B.V. beperkt, in de ib-sfeer is dit niet het geval. Verder wordt het aanmerkelijk belangtarief iets hoger (tot en met 2019: 25%, 2021: 26,9%).

Al met al wordt de belastingdruk op B.V.-winsten, het gecombineerde vpb/ab tarief flink lager. Bij het lage vennootschapsbelastingtarief was het gecombineerde tarief in 2018 40%, nu is het 39,25% en in 2021 wordt het 37,87%.

Ook in de inkomstenbelasting wijzigen de tarieven: het hoogste inkomstenbelastingtarief daalt van 51,75% (2019) naar 49,5% (2021). Omdat de aftrekposten zoals zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling met ingang van 2023 nog slechts aftrekbaar zijn tegen het laagste tarief (37,05%), daalt het toptarief voor ondernemers vanaf 2023 echter nauwelijks.  In 2018 was het 44,67%, nu 44,50% en 2023 wordt het 44,31%.

Wil je alle tarieven weten, en hoe ze wijzigen? Klik dan hier.

B.V. voordeliger dan eenmanszaak

Deze tariefswijzigingen betekenen dat de B.V. absoluut en relatief goedkoper wordt. Bij hogere winsten goedkoper wordt de B.V. weer goedkoper dan de eenmanszaak! Het heeft dan ook zeker nut om te berekenen of het belastingvoordeel ook in jouw situatie groter wordt.

Ook nu al fiscaal voordeel met de B.V.

Nu merk je nog niet zoveel van de lagere belastingtarieven. Toch kan je al wel voordeel hebben van de B.V. Dat werkt als volgt.

Als je in de B.V. onderneemt krijg je salaris en dat wordt belast met inkomstenbelasting (2019: max 51,75%). Het deel van de winst dat je in de B.V. kunt laten zitten, wordt belast met vennootschapsbelasting (2019: 19/25%). Pas als je die winst aan jezelf uitkeert als dividend betaal je ook aanmerkelijk belangheffing (2019: 25%).

Als je jezelf niet veel salaris hoeft uit te keren omdat je salariswens niet zo hoog is én het gebruikelijk loon niet hoog is, kan je veel geld in je B.V. laten zitten en stel je dus veel aanmerkelijk belangheffing uit. Je kunt dan investeren met geld van de fiscus terwijl een bank het geld misschien niet zou lenen!

Andere voordelen

De B.V. heeft ook andere voordelen. Beperking van aansprakelijkheidsrisico en de status die de B.V. oplevert zijn de bekendste, maar er is meer.

  • Innovatiebox toepassen kan tot nu toe alleen in de B.V.
  • Als je holding een werkmaatschappij verkoopt hoef je, als je de holdingstructuur tijdig tot stand hebt gebracht, geen vennootschapsbelasting te betalen en kan je de volledige verkoopprijs opnieuw investeren. Natuurlijk moet je, als je de winsten uiteindelijk aan jezelf uitkeert, wel aanmerkelijk belangheffing betalen.
  • Aan het eind van je ondernemerschap kan je voordeel behalen met de B.V. Je kunt afrekenen over stakingswinst uitstellen door je onderneming vóór de verkoop de B.V. in te brengen. Zo kan je je pand verhuren zonder dat je moet afrekenen over de meerwaarde in het pand. Als je je onderneming inclusief pand verkoopt, kan je vaak ook overdrachtsbelasting besparen.
  • Je kunt ook je eigenwoningfinanciering regelen via je B.V. Dat levert je met de nieuwe belastingtarieven geen belastingvoordeel meer op, maar is natuurlijk wel een safe belegging. Ook kan je ervoor kiezen te beleggen in de B.V., dat scheelt box 3-heffing en box 3 is duur!

Leg je intentie nu vast

Als je denkt over de B.V. dan is 1 april 2019 een belangrijke datum. Omdat je, als je voor die datum een intentieverklaring tekent en goed laat vastleggen bij de Belastingdienst, de balans van 1 januari 2019 kunt gebruiken bij je ruisende of geruisloze inbreng. Zo geniet je eerder van de voordelen die daarbij horen. Als je voor 1 oktober 2019 een intentieverklaring tekent kan je die terugwerkende kracht ook krijgen, maar alleen als je kiest voor een geruisloze inbreng.

Zo heb je tijd om te kiezen

Overigens gaat het hier niet om een definitieve keuze voor de B.V. Je geeft met de intentieverklaring of voorovereenkomst aan dat je van plan bent om je rechtsvorm te wijzigen, maar het is ook mogelijk om van dat plan af te zien. Zo is er tijd om te rekenen en weloverwogen keuzes te maken.

 

Middeling, een mooi middel bij wisselende inkomens!

Heb jij te maken met schommelingen in je inkomen? Dan kan je door het aanvragen van een middeling misschien belasting terugkrijgen. Wil je weten hoe middeling werkt?

Wanneer mogelijk recht op middeling?

Veel middelingen worden door ondernemers aangevraagd. Ondernemers hebben immers te maken met pieken en dalen in de jaarwinst en ook verkoop van een pand of staking van de onderneming levert pieken op. Maar er zijn veel meer situaties waarin inkomens schommelen:

  • Ontvangst ontslaguitkering/transitievergoeding
  • Gaan werken na afronding studie
  • Ontvangst afkoopsom alimentatie
  • Afkoop pensioen in eigen beheer
  • Winst of verlies bij terbeschikkingstelling

Achtergrond: tarief hoger als inkomen hoger is

Het inkomstenbelastingtarief is afhankelijk van het inkomen in het kalenderjaar. Het tarief wordt hoger naarmate je inkomen hoger is. Bij wisselende inkomens betaal je daarom gemiddeld genomen te veel.

Gemiddelde box 1-inkomen over drie jaar

Bij een middeling bereken je voor een periode van drie opeenvolgende jaren de inkomstenbelasting op basis van het gemiddelde inkomen in box 1. Als het verschil tussen de betaalde en de herrekende inkomstenbelasting meer dan €545 is, kan je dat meerdere terugkrijgen.

Je mag zelf kiezen welke jaren je hiervoor uitkiest, maar elk jaar mag maar één keer in een middelingsverzoek worden betrokken. Als je in aanmerking komt voor een middeling is het daarom soms verstandig nog even te wachten: zou je méér belastinggeld terugkrijgen als je een later jaar in de middeling betrekt?

Wacht niet te lang

Toch moet je ook niet te lang wachten, je kan de middeling aanvragen tot maximaal drie jaar nadat de laatste aanslag definitief is geworden.

Maak een berekening

Als je wilt weten of je in aanmerking komt voor een middeling, moet je een berekening maken. Het is binnenkort niet meer nodig om de berekening mee te sturen met het verzoek aan de Belastingdienst.

Soms wisselen inkomens wel sterk, maar niet zo sterk dat je daardoor in een andere tariefschijf komt. In dat geval heeft middeling geen zin.

Maak werk van zelfstandigenaftrek

Zelfstandigenaftrek levert al gauw € 2.700 netto per jaar op. Je moet wel zelf aantonen dat je daadwerkelijk de vereiste 1.225 uur hebt gewerkt. Uit de vele procedures over dit onderwerp blijkt dat een achteraf opgesteld urenoverzicht hiervoor niet voldoende is.

Dus: noteer dagelijks je gewerkte uren in je agenda, excel document of urensoftware en schrijf er ook bij wat je heb gedaan in die tijd. Discipline is belangrijk, want ook losse uurtjes ’s avonds of in het weekend tellen mee. Het gaat niet alleen om de tijd die aan klanten is besteed, ook telefoontjes, netwerkgesprekken, reizen van huis naar werk of naar klanten, schoonmaak van je kantoor, vakliteratuur, website en administratie tellen mee.

Je zou kunnen denken: ach, ik maak zoveel uren, dan hoef ik die uurtjes thuis en in het weekend niet op te schrijven. Maar als je dan een keertje flink ziek wordt, ben je misschien dubbel de pineut…

Stop je met je onderneming? Benut de stakingsaftrek!

Stop jij met je onderneming? Ga je in loondienst verder of ga je met pensioen? Wat de reden van het beëindigen van je onderneming ook is, je hebt recht op een stakingsaftrek van € 3.630 minus het bedrag aan stakingsaftrek dat je al eerder hebt benut.

Je kunt de stakingsaftrek niet van de gewone winst aftrekken, alleen van stakingswinst. Dat is de winst die je behaalt doordat je je onderneming (of de losse activa) voor méér verkoopt dan de boekwaarde (stille reserves  en goodwill). Ook kan je de stakingswinst aftrekken van je oudedagsreserve (voorheen: FOR) als je die hebt.

Heb je geen stille reserves, goodwill of oudedagsreserve en ga je binnenkort staken? Kies dan uiterlijk in het jaar vóór de staking voor toevoeging aan de oudedagsreserve. Zo bespaar je netto al gauw €1.300.

Let op: er zijn voorwaarden. Om aan de oudedagsreserve te kunnen toevoegen moet je minimaal 1.225 uur aan je onderneming hebben besteed. De toevoeging is 9,44% van je winst en maximaal € 8.999 (cijfers 2019), je kunt die dus niet zelf kiezen. Eventueel betaalde pensioenpremie komt op de berekende toevoeging in mindering. Je oudedagsreserve kan niet groter zijn dan je ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar. Als je je onderneming hebt gekregen met toepassing van de geruisloze doorschuiving moet die doorschuiving minstens drie jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Voorkom belastingrente door een voorlopige aanslag

Heeft jouw B.V. veel winst gemaakt in 2018? Is de voorlopige aanslag te laag geweest? Dien dan een verzoek voorlopige aanslag in. De belastingrente voor aanslagen vennootschapsbelasting is namelijk 8%. Ook inkomstenbelasting-ondernemers en particulieren kunnen besparen door tijdig een voorlopige aanslag te vragen.

Belastingrente is de rente op belastingaanslagen. Je moet belastingrente betalen op je aanslag 2018 als die aanslag ná 1 juli 2019 wordt opgelegd. Omdat de rente vrij hoog is, altijd minimaal 8% op aanslagen vennootschapsbelasting en minimaal 4% op aanslagen inkomstenbelasting, is het verstandig vóór 1 mei om een voorlopige aanslag te vragen. Dan betaal je geen rente als de Belastingdienst de gegevens uit het verzoek volgt.

Als je een teruggaaf verwacht kan het ook zinvol zijn een voorlopige aanslag te vragen. Je krijgt namelijk alleen in uitzonderlijke gevallen rente uitbetaald.

Door je aangifte snel in te dienen beperk je de belastingrente natuurlijk ook!

Uitstel voor aangifte

Als ik je aangifte maak, zorg ik altijd voor becon-uitstel. We hebben dan tot 1 mei 2020 de tijd om de aangifte 2018 klaar te maken. Maar het is fijn als het klaar is, daarom streef ik ernaar de meeste aangiftes in december 2019 klaar te hebben.

Doe je zelf je aangifte? Neem dan de tijd om de door de Belastingdienst vooringevulde gegevens goed te controleren, want fouten komen zeker voor. En kijk ook of je aftrekposten kunt benutten, want dat doet de Belastingdienst niet! Als je verwacht dat je 1 mei niet haalt, vraag dan vóór 1 mei uitstel aan. Je krijgt dan tijd tot 1 september. Dat uitstel geldt ook voor het aanvragen van toeslagen, behalve voor de kinderopvangtoeslag.

Korting op je aanslag

Het is weer de tijd van de voorlopige aanslagen. Voorlopige aanslagen 2019 mag je in elf maandtermijnen betalen. Je krijgt betalingskorting als je zorgt dat het hele bedrag van de aanslag (min de betalingskorting natuurlijk) op 28 februari op de bankrekening van de Belastingdienst staat.

Bij een aanslag van € 2.000 krijg je een korting van € 33. Dat is 4% rendement, flink meer dan je op een spaarrekening krijgt. Dus, als je het geld hebt liggen en de komende tijd niet nodig hebt: betaal de hele aanslag ineens vóór 28 februari.

 

Schrik niet van de avg, gooi niet te veel administratie weg!

De verordening gegevensbescherming (avg) wil dat we ons steeds afvragen: mag ik deze gegevens nog wel bewaren? Toch mag je ook niet te veel weggooien, want fiscaal geldt er een bewaarplicht. Hoe het zit met die bewaarplicht leg ik hieronder uit. Droge kost, maar goed om te weten!

IB-ondernemers en B.V.’s

Ondernemers zijn verplicht hun administratie tot zeven jaar na het einde van het boekjaar waarop de administratie betrekking heeft, te bewaren. Informatie over vastgoed moet je tot negen jaar na het jaar van aanschaf bewaren.

De bewaarplicht voor stukken inzake vastgoed is extra lang in verband met de herzieningstermijn in de btw. Maar het is handiger de notarisafrekening van de aankoop van je zakelijke pand steeds te bewaren. Dan weet je, als je je pand gaat verhuren, zeker of btw-belaste verhuur nog nodig is of niet.

Conclusie: je kunt de meeste facturen en bonnetjes van 2011 en ouder nu weggooien. Ben je avg-goed bezig!

Particulieren

Voor privépersonen (ook als ze zijn overleden) geldt geen wettelijke bewaarplicht. Maar ook particulieren doen er goed aan om te bewaren.

Dat geldt voor alle aangiftegegevens, zeker voor de aftrekposten, zolang de aanslag niet definitief is. Maar ook na het definitief worden van de aanslag kan bewaren heel nuttig zijn. Want een definitieve aanslag kán onder voorwaarden nog tot vijf jaar na einde belastingjaar plus uitsteltermijn worden aangepast (navordering). En als dat gebeurt wil je je natuurlijk wel kunnen verweren.

En een positievere insteek: soms blijkt dat je een aftrekpost in een eerder jaar bent vergeten. Als je dat kunt aantonen, mag je de aftrekpost nog tot vijf jaar terug claimen.

Verder is het belangrijk om je bij het weggooien van stukken af te vragen of de informatie belangrijk kan zijn voor aangiftes in de toekomst. Ik noem hieronder een paar categorieën.

Lijfrentepremie niet afgetrokken

Als je de lijfrente- of bankspaarpremie die je hebt betaald niet of niet helemaal kon aftrekken, kan je in veel gevallen in de toekomst de saldomethode gebruiken: de lijfrente-uitkeringen zijn onbelast zolang daar nog niet afgetrokken lijfrentepremie tegenover staat. En dat moet je natuurlijk aantonen.

Je bewaart daarom: betaalbewijs (bank uitdraai) van de betaling van lijfrentepremie, aangifte en definitieve aanslag (waaruit blijkt dat de aangifte is gevolgd en als dat niet het geval is: correspondentie waardoor je kan zien wat de Belastingdienst heeft aangepast).

Hypotheek nog geen 30 jaar

Vanaf 1 januari 2001 is de aftrek van hypotheekrente beperkt tot 30 jaar. Als je na 2001 hebt bijgeleend, bijvoorbeeld in verband met een verbouwing, gaat een nieuwe 30-jaarstermijn lopen. Als je dus vanaf 2031 nog hypotheekrente wilt kunnen aftrekken moet je zélf aantonen dat je met deze lening de 30-jaarstermijn nog niet hebt volgemaakt en dat je het geld hebt gebruikt voor die verbouwing.

Je bewaart: informatie over eigenwoningleningen die je vanaf 2001 bent aangegaan plus facturen inzake de verbouwing.

Hypotheekrente aantonen

En dat is natuurlijk, als je er goed over nadenkt, altijd een puntje: jij moet aantonen dat je recht hebt op hypotheekrenteaftrek, dus jij moet aantonen hoe groot je eigenwoningschuld is. En daarvoor zijn alle eerdere aan- en verkopen van woningen relevant. Dat je dat ‘altijd al’ hebt afgetrokken en dat al die aangiftes zijn geaccepteerd is geen (fiscaal acceptabel) argument.

Dus bewaar altijd: afrekening notaris inzake hypotheek en aankoop woning, facturen van verbouwingen en onderhoud plus de informatie over de lening die daarbij hoorde. Zelfs de informatie over de woningen die je vóór 1 januari 2001 hebt gehad gooi je niet weg.

Polissen eigen woning

Ook de verzekeringspolissen inzake de eigen woning zijn fiscaal relevant: jij moet aantonen dat sprake is van een kapitaalverzekering eigen woning die dus in box 1 thuishoort (gekoppeld aan eigenwoninglening) of juist van een kapitaalverzekering die vóór 14 september 1999 is afgesloten en daarom kan genieten van een vrijstelling in box 3.

Maak je fiscalist blij!

Bewaar altijd je jaarrekening, aangifte en de definitieve aanslag die daarbij hoort. Dat kan om allerlei redenen handig zijn: vermogensetikettering, toegepaste lijfrentepremieaftrek, toegepaste stakingsvrijstelling, oudedagsreserve (for), noem het maar op. Daar maak je je fiscalist (en dus jezelf!) blij mee.

 

Blog: Pensioen? Doen!

Het heeft al zo vaak in de krant gestaan dat je het vanzelf gaat geloven: zzp-ers doen niet aan pensioen. Veel belangrijker is natuurlijk: wat doe jij?

Niets? Dus alleen AOW is voor jou voldoende? Of mag het wel ietsje meer zijn? Wil je een goed rendement en zeker weten dat het geld op jouw pensioendatum echt klaarligt? Banksparen kan je al gauw 3,3% en misschien wel 4,0% of zelfs 6,2% rendement opleveren. Lees verder!

Rendement banksparen beter

Rendementen vergelijken

Je zoekt natuurlijk naar de meest voordelige partij om je geld onder te brengen. Op het moment dat ik dit artikel actualiseer zie ik dat voor banksparen voor een vaste periode van tien jaar 1,3% rente wordt gegeven. Een gewone spaardeposito voor tien jaar levert 1,35% op en een gewone spaarrekening ongeveer 0,3%. Maar dat is bruto. Wat is je netto rendement?

Banksparen

Je opent een bankspaarrekening en stort daar € 2.000 op. Omdat dit bedrag aftrekbaar is, investeer je veel minder. Dit werkt zo: als je in 2017 een winst hebt gehad van € 27.000 (vóór zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling), dan kun je in de aangifte 2018 ongeveer € 2.000 aan premie aftrekken. Je krijgt dan € 731 terug van je storting, je investering is dus € 1.269. Maar als je inkomen in 2018 hoger is, levert die aftrek meer op.

Bij een vaste rente van 1,3% heb je na 10 jaar € 2.276 op je bankspaarrekening staan. Hierover moet je belasting betalen. Als je niet heel veel inkomen hebt naast je AOW betaal je € 522 en houdt je netto €1.753 over.

Je netto rendement is bij een laag inkomen: investering € 1.269, opbrengst € 1.753, dat is een toename van 3,3% per jaar. En als je inkomen in 2018 hoger is, is je rendement 4,0% of zelfs 6,2%!

Let op: Je moet bij het openen van de bankspaarrekening kosten betalen, helaas. Ik reken op ongeveer € 200. Als je maar één jaar spaart drukken die kosten zwaar op je rendement. Maar als je echt een pensioenpot wilt opbouwen spaar je een flink aantal jaren op de bankspaarrekening. Daarom heb ik de kosten niet meegenomen bij de rendementsberekening.

pensioensparen

Gewoon sparen

Je kunt hetzelfde bedrag, dus € 1.269, ook gewoon sparen. Als je dat 10 jaar wilt doen, geeft een deposito van 10 jaar je het beste rendement. Bij een dergelijk deposito krijg je 1,35% en betaal je jaarlijks je box 3-heffing (ik reken met het laagste tarief in 2018: 0,6%). Dan heb je na 10 jaar € 1.359. Dat is een netto rendement van 0,7%.

Als je niets doet en die € 1.269 op een gewone spaarrekening laat staan, krijg je op die rekening een rente van zo’n 0,3%. Dit is lager dan de belastingheffing in box 3. Dus je netto rendement is negatief.

Regel het nu!

Bankspaarpremies zijn aftrekbaar in het jaar waarin je de premie betaalt. Hoeveel je maximaal kunt aftrekken in je aangifte 2018 is afhankelijk van je inkomen in 2017. Laat dus nu uitrekenen hoeveel je kunt aftrekken en stort nog voor het einde van het jaar! Als je jaarlijks (of nog beter: maandelijks) stort bouw je vrijwel ongemerkt een extra spaarpot op!

Feiten over banksparen

  • Je kunt het geld niet zomaar van je rekening halen, je krijgt het als lijfrente uitgekeerd. Nadeel én voordeel.
  • Bij langdurige arbeidsongeschiktheid kan je wel eerder opnemen. Al tast dat natuurlijk wel je pensioenpot aan.
  • Het depositogarantiestelsel geldt ook voor bankspaarrekeningen.

 

Bespaar belasting met een voorziening

Weet je zeker dat je in 2019 bepaalde grote uitgaven moet doen? Dan kan je je winst over 2018 misschien nu al verlagen door een voorziening te vormen. Voorzieningen worden de komende jaren extra interessant. Lees waarom dat is en hoe je belasting kunt besparen met een voorziening.

Belasting uitstellen of belasting besparen door gebruik te maken van tariefverschillen

Door een voorziening te vormen stel je belastingheffing uit, altijd fijn. Omdat het tarief in de inkomstenbelasting en ook in de vennootschapsbelasting oploopt naarmate je meer winst hebt, is het nog fijner om bij hoge winsten een voorziening te vormen.

De komende jaren worden de tarieven in de inkomstenbelasting én vennootschapsbelasting lager en heb je dus minder plezier van je aftrekposten dan nu. Een extra reden om nu (of volgend jaar) een voorziening te vormen.

Wanneer kan je een voorziening vormen?

Voor bepaalde kosten is het mogelijk ze op een eerder moment af te trekken, door ze als voorziening voor toekomstige kosten op te nemen.

Dat kan als je in de toekomst uitgaven moet doen die hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2018 of eerder. De toekomstige uitgaven moeten bovendien zijn toe te rekenen aan 2018 of eerder. Het moet redelijk zeker zijn dat je die uitgaven ook gaat doen.

Deze voorwaarden zijn in de praktijk niet altijd even gemakkelijk toe te passen. Maar bij grote kostenposten is het zeker de moeite waard!

Een paar voorbeelden

  • Een aannemer heeft dit jaar ingeschreven voor een werk. Hij krijgt dat werk omdat hij de laagste inschrijver was. Hij weet echter dat hij voor een te laag bedrag heeft ingeschreven en dat hij verlies zal lijden op het werk. Hij kan voor dit verlies een voorziening
  • Een asbestbedrijf voorziet dat werknemers een schadeclaim zullen indienen. Voor die schade kan de ondernemer een voorziening vormen ‘indien een redelijke mate van zekerheid bestaat’ dat de kosten worden
  • Een boer had aan het einde van het jaar meer mest dan hij op zijn eigen land mocht uitrijden. Daarom moest hij de mest bij derden afzetten, waarvoor hij kosten moest maken. De boer kon een voorziening vormen omdat de bedrijfsuitoefening in dat ene jaar ‘noodzakelijkerwijze leidde tot kosten’ in een volgend
  • Een fabrikant van bakstenen had verklaard dat hij ook in de toekomst een bijdrage zou leveren aan de sanering van deze bedrijfstak. Die verklaring was voldoende om een voorziening te mogen vormen.