Studiekosten aftrekken?!

Het is goed mogelijk dat de aftrek van studiekosten (‘scholingsuitgaven’) met ingang van 2020 vervalt. Maar zo ver is het nog niet. Als jouw kind geen studiefinanciering meer ontvangt maar wel verder studeert is fiscale aftrek nu nog mogelijk.

Helaas gebeurt het regelmatig dat afgestudeerden geen baan kunnen vinden. Om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren studeren ze verder. Studiefinanciering krijgen ze dan niet meer. Als ouders doorstuderen financieel mogelijk maken, komt al snel de vraag af of fiscale aftrek mogelijk is.

Geen studiefinanciering + kosten zelf betalen

Als je als ouder studiekosten voor je kind betaalt, zijn die kosten bij jou niet aftrekbaar. Kinderen die studiefinanciering ontvangen, hebben ook geen recht op aftrek. Ook niet als ze geen studiebeurs krijgen, maar alleen een lening. Maar als ze die studiefinanciering helemaal niet meer krijgen, komen ze wél in aanmerking voor scholingsaftrek. Voorwaarde is dat ze de kosten zelf betalen, bijvoorbeeld omdat jij dat door een lening mogelijk hebt gemaakt. Betaal de kosten dus niet rechtstreeks, maar laat dit via de bankrekening van je kind lopen en stel een leningovereenkomst op.

Kosten aftrekbaar als ze leiden tot inkomen

Studiekosten (collegegeld, boeken en dergelijke, niet kamerhuur of reiskosten) zijn aftrekbaar als ze zijn gemaakt met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Ook moet redelijkerwijs te verwachten zijn dat dit doel ook kan worden bereikt. Zo kan een aanvullende opleiding tot GZ psycholoog een goede aanvulling zijn op een studie psychologie. Maar ook een opleiding voor het bouwen van websites volgend op een informatica-opleiding kan daarvoor in aanmerking komen.

Doe aangifte

Als je kind nog geen inkomsten heeft, kan het de aftrek niet direct verzilveren. Hij of zij doet echter wel aangifte (alleen scholingskosten) en krijgt zo een verlies. Dat verlies kan worden benut in het eerste jaar waarin hij of zij wel inkomsten heeft.

Stop je met je onderneming? Benut de stakingsaftrek!

Door de werking van de DBA stopt een flink aantal zzp-ers als ondernemer en gaat in loondienst verder. Geldt dat ook voor jou? Of stop je omdat je met pensioen gaat? Wat de reden van het beëindigen van je onderneming ook is, je hebt recht op een stakingsaftrek van € 3.630 minus het bedrag aan stakingsaftrek dat je al eerder hebt benut.

Je kunt de stakingsaftrek niet van de gewone winst aftrekken, alleen van stakingswinst. Dat is de winst die je behaalt doordat je je onderneming (of de losse activa) voor méér verkoopt dan de boekwaarde (stille reserves  en goodwill). Ook kan je de stakingswinst aftrekken van je oudedagsreserve (voorheen: FOR) als je die hebt.

Heb je geen stille reserves, goodwill of oudedagsreserve en ga je binnenkort staken? Kies dan uiterlijk in het jaar vóór de staking voor toevoeging aan de oudedagsreserve. Zo bespaar je netto al gauw € 1.000.

Let op: er zijn voorwaarden. Om aan de oudedagsreserve te kunnen toevoegen moet je minimaal 1.225 uur aan je onderneming hebben besteed. De toevoeging is 9,44% van je winst en maximaal € 8775 (cijfers 2018), je kunt die dus niet zelf kiezen. Eventueel betaalde pensioenpremie komt op de berekende toevoeging in mindering. Je oudedagsreserve kan niet groter zijn dan je ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar. Als je je onderneming hebt gekregen met toepassing van de geruisloze doorschuiving moet die doorschuiving minstens drie jaar geleden hebben plaatsgevonden.

AOW en oudedagsreserve: zorg voor genoeg kapitaal op 31/12

Je wilt natuurlijk zelf kiezen hoe lang je doorgaat met ondernemen. Wist je al dat er fiscaal iets verandert als je AOW krijgt? Als je kortgeleden voor het eerst AOW hebt gekregen en een oudedagsreserve (voorheen: FOR) hebt, kan het zijn dat je een belastingaanslag krijgt. Je kunt die aanslag voorkomen.

Het is jammer, maar doorwerken van ondernemers wordt fiscaal niet gestimuleerd. Vanaf het jaar nadat je voor het eerst AOW hebt gekregen wordt je zelfstandigenaftrek gehalveerd. Ook toevoegen aan de oudedagsreserve (voorheen FOR) is niet meer mogelijk.

Echt vervelend is dat het, als je eenmaal AOW hebt, gemakkelijk kan gebeuren dat de oudedagsreserve die je had opgebouwd, vrijvalt. Dat is het geval als je oudedagsreserve aan het einde van het jaar hoger is dan je ondernemingsvermogen op dat moment. Een vrijval betekent dat je belasting moet betalen over je oudedagsreserve.

Je kunt de vrijval voorkomen door ervoor te zorgen dat je ondernemingsvermogen aan het einde van het jaar hoger is dan de opgebouwde oudedagsreserve. Check dat nu, want nu kan je nog zorgen voor een hoger ondernemingsvermogen. Ook kan je nu nog lijfrente- of bankspaarpremie storten en zo afrekenen over de oudedagsreserve voorkomen.

Stand van zaken VAR/DBA

De regering heeft aangekondigd dat zij een andere regeling maakt voor de afgeschafte VAR/DBA. Wat is daarin de stand van zaken?

DBA tot 1 januari 2020 niet gehandhaafd

De DBA, die op 1 mei 2016 is ingevoerd, werkte niet goed. Daarom is besloten dat deze wet niet wordt gehandhaafd, alleen bij kwaadwillenden. Dit geldt in ieder geval tot 1 januari 2020.

Regeerakkoord onderscheid drie groepen

In het regeerakkoord van oktober 2017 is een nieuwe regeling aangekondigd. Daarin wordt het verschil tussen werknemers en zelfstandigen afgebakend door drie groepen te onderscheiden:

  • weinig verdienen + lange periode of reguliere bedrijfsactiviteiten: werknemer;
  • veel verdienen + korte periode of niet-reguliere bedrijfsactiviteiten: mogelijkheid om te kiezen voor zelfstandigheid;
  • alle andere situaties: opdrachtgevers kunnen zekerheid krijgen over inhoudingsplicht door via een webmodule een opdrachtgeversverklaring aan te vragen.

Onderzoek naar tarieven, gezag en webmodule

Om dit plan verder uit te werken onderzoekt de regering hoe zzp’ers hun tarieven bepalen, wat het criterium ‘gezag’ moet inhouden in deze tijd, of een webmodule kan werken om zekerheid over de arbeidsrelatie te krijgen en hoe de regels uitwerken voor de onder- én de bovenkant van de markt.

Wat gebeurt er nu?

De regering heeft aangekondigd nog dit jaar aan te geven hoe het criterium ‘gezag’ beoordeeld gaat worden. Ik ben erg benieuwd. Belangrijker vind ik of het uiteindelijke voorstel werkelijk voldoende zekerheid gaat bieden voor opdrachtgevers én schijnzelfstandigheid voorkomt. Zolang een zzp’er goedkoper is of netto meer overhoudt zullen opdrachtgevers en opdrachtnemers immers de grenzen blijven opzoeken.

Investeren? Investeringsaftrek, ook bij grote investeringen!

Ben je ondernemer en heb je plannen voor grote investeringen? Kijk dan of het mogelijk is om de investeringen in de tijd te spreiden zodat je gebruik kunt maken van de investeringsaftrek.

Als je van plan bent om niet alleen een nieuw pand te bouwen, maar ook nog eens een compleet nieuwe inrichting, komt je investeringsbedrag waarschijnlijk ver boven de € 314.673. Dit betekent dat je niet in aanmerking komt voor investeringsaftrek, want bij investeringen van meer dan € 314.673 is de investeringsaftrek nihil.

Helaas is het niet mogelijk ervoor te kiezen om bepaalde investeringen wél, en andere niet onder de investeringsaftrek te brengen. Maar dat kan je wel bereiken door de investeringen in verschillende boekjaren te doen, dus als je de inrichting nu bestelt en in januari akkoord geeft op de offerte voor bouw van het pand. Belangrijk is dan dat je niet al eerder mondeling akkoord geeft voor de bouw.

Waarschijnlijk wil je die nieuwe inventaris nu nog niet afgeleverd hebben. Spreek dan af dat je wel bestelt, maar dat aflevering en betaling later plaatsvinden. Dat betekent dat ook de investeringsaftrek niet in je aangifte 2018 moet worden meegenomen, maar in het jaar waarin je betaalt en/of de spullen in gebruik neemt.

Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (kst) zijn er voor bepaalde investeringen ook energie-investeringsaftrek (eia) en milieu-investeringsaftrek (mia) mogelijk. Dit gaat om grote aftrekposten. Verkopers van deze activa gebruiken deze aftrekken daarom vaak als extra verkoopargument.

Let op! Deze speciale investeringen moeten binnen drie maanden na opdracht (mondeling/schriftelijk) worden aangemeld bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Verder: het percentage van de eia wordt, als het Belastingplan 2019 ongewijzigd wordt aangenomen, per 1 januari 2019 verlaagd van 54,5% naar 45%. Dan is het dus aantrekkelijk nog dit jaar opdracht te geven.

Investeren? Investeringsaftrek, ook voor zzp-ers!

Ben je zzp-er en heb je plannen voor de aanschaf van nieuwe spullen? Als je in 2018 meer dan € 2.300 investeert kan je 28% van het bedrag van de investering in mindering brengen op je winst.

Als je een nieuwe pc hebt aangeschaft kom je waarschijnlijk niet over de drempel. Maar als je ook een nieuwe printer op je wensenlijstje hebt staan, dan kan je overwegen die printer nog dit jaar te bestellen. Want als je ‘m koopt, niet leaset, kom je door beide investeringen in één jaar samen te voegen over de drempel en creëer je een aftrekpost.

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is van toepassing op investeringen in bedrijfsmiddelen. Dat zijn activa die in meerdere jaren worden afgeschreven en meer kosten dan € 450 per stuk.

Anticiperen op het belastingplan 2019 voor eigenwoningbezitters

Heb jij een hoog inkomen? En betaal je een hoge hypotheekrente? Denk je dat de beperking van de aftrek van hypotheekrente, die in het belastingplan 2019 staat, doorgaat? Dan kan je overwegen over te stappen naar een laag rentetarief.

Boeterente aftrekken

Bij een verandering van rente, brengt de bank je boeterente in rekening. Als je niet kiest voor rentemiddeling, maar de boeterente ineens betaalt, kan je die boeterente ook ineens aftrekken.

Straks minder profijt van aftrekpost

Iedereen weet dat je onder de huidige wetgeving het meeste profijt hebt van aftrekposten als je een hoog inkomen hebt. Als de wetsvoorstellen uit het belastingplan 2019 doorgaan verandert dit. Dan kan je aftrekposten met ingang van 2023 alleen nog tegen het basistarief aftrekken. Dus is het slim om je aftrekpost naar voren te halen.

Nu al aftrekken geeft de grootste aftrekpost

Het huidige maximale aftrektarief voor eigenwoningrente is 49,5%. In 2019 wordt het 49%, in 2020 46%, in 2021 43% en in 2022 40%. Vanaf 2023 kan je de rente alleen tegen het basistarief van 37,05% aftrekken. Dus, hoe eerder je bent, hoe meer profijt je hebt van je aftrekpost. En het meeste plezier heb je ervan als je nu, in 2018, meteen actie onderneemt!

Boeterente niet lenen

Het is niet handig de boeterente te lenen, want dat maakt je aangifte ingewikkeld. Je mag namelijk de rente over het stukje lening dat je bent aangegaan voor de boeterente niet aftrekken. De tip is dus: betaal het uit je reserves of reserveer om boeterente te kunnen betalen.

Prinsjesdag

Vorig jaar was het koffertje van de Minister van Financiën bijna leeg, maar dit jaar is het gevuld met allerlei fiscale maatregelen! Ik heb ze voor je op een rijtje gezet, want er zitten ongetwijfeld voorstellen in die voor jou, of je nou ib-ondernemer, dga of particulier bent, van belang zijn. Wat zijn de plannen voor 2019 en daarna?

Particulieren

Twee schijven in box 1

Het inkomstenbelastingtarief bestaat straks uit twee schijven: een basistarief van 37,05% en voor inkomen boven € 68.507 een toptarief van 49,5%.

Deze tarieven zijn vanaf 2021 van toepassing. In 2019 gaan de tarieven omlaag naar 38,1% en 51,75%. Voor 2020 naar 37,8% en 50,50%. AOW-gerechtigden betalen geen AOW-premie. Voor hen blijven er drie tarieven bestaan.

Ook komt er vanaf 2018 lastenverlichting door het verhogen van de algemene heffingskorting en het verhogen van de arbeidskorting.

Eigen woning: renteaftrek wordt beperkt

De hypotheekrenteaftrek werd al afgebouwd door het aftrektarief jaarlijkse met 0,5% te verlagen. Vanaf 2020 is de jaarlijkse afbouw 3% tot aftrek in 2023 tegen het basistarief plaatsvindt.

In 2018 is eigenwoningrente maximaal aftrekbaar tegen 49,5 % en in 2019 tegen 49%. In 2020 kan je de eigenwoningrente maximaal aftrekken tegen 46%. In 2021 tegen 43%, in 2022 tegen 40% en in 2023 tegen 37,05%.

Tegenover de beperking van de aftrek van eigenwoning rente staan natuurlijk de lagere box 1-tarieven maar ook een verlaging van de bijtelling eigen woning, het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait wordt in 2020, 2021 en 2022 verlaagd met 0,05%, in totaal dus met 0,15%.

Aftrekposten leveren minder op

In 2020 wordt het aftrektarief van alle aftrekposten gelijkgetrokken met het aftrektarief van de hypotheekrente. Zo wordt het aftrektarief voor o.a. alimentatie, zorgkosten en giften vanaf 2023 gelijk aan het basistarief van 37,05%.

In 2018 zijn deze zogenaamde grondslag verminderende aftrekposten nog maximaal aftrekbaar tegen het toptarief van 51,95%. In 2019 is dat 51,75%. In 2020 kan je maximaal aftrekken tegen 46%. In 2021 tegen 43%, in 2022 tegen 40% en in 2023 tegen 37,05%.

IB-ondernemers

Aftrekposten leveren minder op

Ook het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is, wordt afgebouwd tot het basistarief. Hetzelfde geldt voor aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek, stakingsaftrek, mkb-winstvrijstelling en terbeschikkingstellingsvrijstelling.

Ook hier geldt dus: in 2018 zijn de zogenaamde grondslag verminderende aftrekposten nog maximaal aftrekbaar tegen het toptarief van 51,95% en in 2019 tegen 51,75%. In 2020 kan je maximaal aftrekken tegen 46%. In 2021 tegen 43%, in 2022 tegen 40% en in 2023 tegen 37,05%.

Dga’s en B.V.’s

Vennootschapsbelasting omlaag, aanmerkelijk belangheffing omhoog

Het vennootschapsbelastingtarief gaat stapsgewijs omlaag van 20% nu naar 16% in 2021 (hoge tarief: 25% nu naar 22,5% in 2021). Het tarief in box 2 gaat stapsgewijs omhoog van 25% nu en in 2019 naar 26,9% in 2021. De veelbesproken afschaffing van de dividendbelasting vindt in 2020 plaats, maar dit heeft voor ondernemers die in de B.V. ondernemen (dga’s) geen effect op het uiteindelijke belastingtarief.

Rekening-courantmaatregel

In de wetsvoorstellen van Prinsjesdag stond het niet, maar wel in een brief die de minister op 18 september aan de Tweede Kamer schreef: er komt een maatregel om het lenen van de eigen B.V. te ontmoedigen.

De maatregel gaat in 2022 in. Voor bestaande eigenwoningschulden komt een overgangsregeling. Onduidelijk is hoe dit precies gaat werken, alleen het gaat werken bij schulden van meer dan € 500.000. Het wetsvoorstel volgt pas in het voorjaar van 2019.

Afschrijving gebouwen in B.V.’s wordt beperkt

Gebouwen kunnen sinds 2007 slechts tot de bodemwaarde worden afgeschreven. Voor beleggingen in gebouwen betekent dit afschrijving tot 100% van de WOZ-waarde. Voor een gebouw in eigen gebruik tot 50% van de WOZ-waarde.

Met ingang van 2019 geldt voor de vennootschapsbelasting steeds 100% van de WOZ-waarde als bodemwaarde. In de vennootschapsbelasting zullen gebouwen dus vrijwel niet meer kunnen worden afgeschreven.

Beperking verliesverrekening

Verliesverrekening in de B.V. wordt vanaf 2019 beperkt: verliezen kunnen worden verrekend met de winst van het voorafgaande jaar en de zes volgende jaren. Tot nu toe kan negen jaar vooruit worden verrekend.

Btw

Btw-tarief gaat omhoog

Het 6%-tarief wordt met ingang van 2019 verhoogd tot 9%.

Wijziging kleine ondernemersregeling btw

De kleine ondernemersregeling zoals we die nu kennen verdwijnt. Er komt een vrijstelling voor terug. Deze vrijstelling geldt voor ondernemers met een omzet lager dan € 20.000. De regeling geldt ook voor B.V.’s en andere rechtspersonen. Het gaat om een vrijstelling dus deze ondernemers mogen geen omzetbelasting in rekening brengen, ze zijn ontheven van administratieve verplichtingen. Om de regeling te kunnen toepassen moet je vooraf een verzoek indienen. De nieuwe regeling gaat in 2020 in.

Werknemers én ondernemers

Fiets van de zaak wordt makkelijker

Voor zowel werknemers als ondernemers wordt een eenvoudige regeling voor de ‘leasefiets’ voorgesteld. Er komt een vaste bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets die zowel privé als zakelijk wordt gebruikt. Dat betekent dat je voor een paar tientjes per jaar een fiets van de zaak kunt gebruiken.

Deze regeling vervangt het huidige systeem waarbij privékilometers moeten worden bijgehouden (!).

 

Het bovenstaande is gebaseerd op de ingediende wetsvoorstellen en de toelichting daarop. We weten natuurlijk niet of deze voorstellen (ongewijzigd) worden aangenomen.

Coaching aftrekbaar?

Laat jij je coachen? Dan vraag je je vast af of deze kosten aftrekbaar zijn. Een goede vraag! Voor het antwoord maakt de reden van de coaching nogal wat uit. En of je ondernemer bent of particulier.

Een goede vraag!

Het is goed dat je je afvraagt of kosten aftrekbaar zijn. Coachingskosten die je maakt ten behoeve van je werk zijn vaak aftrekbaar. Kosten die je louter om privéredenen maakt natuurlijk niet. Vraag is dus allereerst: waar gaat de coaching over? Gaat het over bijvoorbeeld opdrachten verwerven, time management, uitstelgedrag of durven factureren dan heb je volgens mij een zakelijk motief. En kan je de kosten aftrekken.

Laat je coachingsvraag schriftelijk vastleggen, bijvoorbeeld in een opdrachtbevestiging of eventueel in de factuur, dan kan daar nooit gedoe over ontstaan.

Ben je ondernemer?

En heb je een zakelijke coachingsvraag? Kosten die je maakt voor je onderneming zijn in principe aftrekbaar. Een ondernemer mag zelf bepalen hoe hij zijn onderneming wil draaien. Zelfs de hoogte van de kosten doet niet ter zake. Alleen in het bijzondere geval van een wanverhouding tussen kosten en nut kan de inspecteur de aftrek wel weigeren.

Geen ondernemer?

Dan kan je deze kosten, als ze als les/cursusgeld te bestempelen zijn, soms aftrekken als scholingskosten. Het moet dan gaan om een leertraject dat wordt gevolgd in verband met het verwerven of behouden van box 1-inkomen zoals het op peil houden of verbeteren van kennis of vaardigheden die je nodig hebt voor het verwerven van box  1-inkomen.

Er is veel jurisprudentie over dit onderwerp, maar vooral over zaken waar geen aftrek mogelijk is: opleidingen waarvan niet kan worden verwacht dat er inkomen uit komt (bijvoorbeeld bejaarden die opleidingen doen), opleidingen die iemands ‘persoonlijke uitrusting’ verbeteren (bijvoorbeeld autorijles).

Ben je particulier en is jouw coachingstraject wél aftrekbaar? Let dan op. Er geldt een drempel van € 250, dus alleen als de kosten hoger zijn dan € 250 zijn ze aftrekbaar. Verder staat de aftrek van scholingskosten al een tijdje op de nominatie om te worden afgeschaft. Een afschaffing per 1 januari 2019 zal waarschijnlijk niet worden gehaald, maar ik houd wel rekening met een afschaffing per 1 januari 2020.

Middeling, een mooi middel bij wisselende inkomens!

Heb jij te maken met schommelingen in je inkomen? Dan kan je door het aanvragen van een middeling misschien belasting terugkrijgen. Wil je weten hoe middeling werkt?

Wanneer mogelijk recht op middeling?

Veel middelingen worden door ondernemers aangevraagd. Ondernemers hebben immers te maken met pieken en dalen in de jaarwinst en ook verkoop van een pand of staking van de onderneming levert pieken op. Maar er zijn veel meer situaties waarin inkomens schommelen:

  • Ontvangst ontslaguitkering/transitievergoeding
  • Gaan werken na afronding studie
  • Ontvangst afkoopsom alimentatie
  • Afkoop pensioen in eigen beheer
  • Winst of verlies bij terbeschikkingstelling

Achtergrond: tarief hoger als inkomen hoger is

Het inkomstenbelastingtarief is afhankelijk van het inkomen in het kalenderjaar. Het tarief wordt hoger naarmate je inkomen hoger is. Bij wisselende inkomens betaal je daarom gemiddeld genomen te veel.

Gemiddelde box 1-inkomen over drie jaar

Bij een middeling bereken je voor een periode van drie opeenvolgende jaren de inkomstenbelasting op basis van het gemiddelde inkomen in box 1. Als het verschil tussen de betaalde en de herrekende inkomstenbelasting meer dan €545 is, kan je dat meerdere terugkrijgen.

Je mag zelf kiezen welke jaren je hiervoor uitkiest, maar elk jaar mag maar één keer in een middelingsverzoek worden betrokken. Als je in aanmerking komt voor een middeling is het daarom soms verstandig nog even te wachten: zou je méér belastinggeld terugkrijgen als je een later jaar in de middeling betrekt?

Wacht niet te lang

Toch moet je ook niet te lang wachten, je kan de middeling aanvragen tot maximaal drie jaar nadat de laatste aanslag definitief is geworden.

Maak een berekening

Als je wilt weten of je in aanmerking komt voor een middeling, moet je een berekening maken. Die berekening moet je ook meesturen met het verzoek aan de Belastingdienst.

Soms wisselen inkomens wel sterk, maar niet zo sterk dat je daardoor in een andere tariefschijf komt. In dat geval heeft middeling geen zin.