Bewaar bewijs hypotheek eigen woning

Als je een aftrekpost claimt, moet je die kunnen onderbouwen met bewijsstukken. Voor de aftrek van hypotheekrente is niet alleen het bewijs van de rentebetaling van belang, maar ook het bewijs dat de schuld is aangegaan voor de aanschaf, verbouw of onderhoud van je eigen woning. De Hoge Raad heeft onlangs uitgemaakt dat je het bewijs van de omvang van je hypotheek altijd moet bewaren. Dus: gooi niets weg!

Belastingplichtige leent voor verbouwing

De Hoge Raad oordeelde kortgeleden over de volgende zaak. Belanghebbende heeft in 2007 zijn woning verbouwd en daarom ook zijn hypotheek verhoogd. De extra schuld werd in de aangifte inkomstenbelasting als eigenwoningschuld aangemerkt en de rente werd afgetrokken. Bij het opleggen van aanslagen werden deze aangiftes steeds gevolgd.

Inspecteur vraagt om bewijsstukken

Bij het regelen van de aanslagen 2010 tot en met 2012 vroeg de inspecteur om de stukken waaruit bleek dat de hypotheekverhoging inderdaad was gebruikt voor de verbouwing van de eigen woning.

Vraag: moet je de bewijsstukken bewaren?

De belastingplichtige had de stukken inmiddels weggegooid. De inspecteur weigerde daarop de renteaftrek over de hypotheekverhoging. Vervolgens werd er geprocedeerd over de belangrijke vraag: mag de inspecteur zes jaar na de hypotheekverhoging, dus na het verstrijken van de navorderingstermijn, nog vragen om bewijsstukken?

Hoge Raad: ja!

De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur niet verplicht is de stukken binnen een bepaalde termijn op te vragen. En merkt daarbij op dat dit niet anders wordt als de aangiften steeds zijn gevolgd.

Conclusie: altijd bewaren

Er is geen wettelijke bewaarplicht voor particulieren, maar toch moet je de stukken die aantonen dat je hypotheeklening is gebruikt voor de aanschaf, verbetering en/of onderhoud van de eigen woning altijd bewaren.

Dit is alleen anders als de inspecteur eerder akkoord is gegaan met de omvang van de eigenwoningschuld.

Wat moet je bewaren?

Als je met de Belastingdienst hebt gecorrespondeerd over de omvang van de eigenwoningschuld bewaar je die correspondentie natuurlijk.

Zoniet, bewaar dan alle stukken die de omvang van je eigenwoningschuld, dus je aftrekbare hypotheek aantonen. Het gaat om onder andere: afrekening van de notaris inzake hypotheek en aankoop woning, facturen van verbouwingen en onderhoud plus telkens de informatie van de daarbij behorende lening. Liefst ook met bankafschriften waardoor het verband tussen een en ander helder is. Het gaat niet alleen om het huis waar je nu woont, maar ook om eerdere woningen.

Meer weten over bewaarplicht?

Meer weten over bewaarplicht? Lees mijn eerdere artikel over dit onderwerp.

Fiscale eenheid omzetbelasting? Subnummers!

Vormen jouw B.V.’s een fiscale eenheid voor de omzetbelasting? Dan krijg je standaard één btw-aangifte. Dat kan handiger!

Fiscale eenheid: één btw nummer

Stel je hebt drie B.V.’s. Als de Belastingdienst een beschikking fiscale eenheid omzetbelasting afgeeft, krijgen die drie B.V.’s samen één btw-nummer om btw-aangifte mee te doen. Dat betekent dat je de btw uit de drie administraties bij elkaar op moet tellen om aangifte te doen. Ook moet je de btw tussen de B.V.’s verrekenen omdat je de btw vanaf één bankrekening betaalt. Niet moeilijk, maar het kan makkelijker.

Vraag om subnummers

Jouw boekhoudprogramma genereert de btw-aangifte waarschijnlijk automatisch. Dan is het makkelijker om drie keer aangifte te doen. Dat kan als je de Belastingdienst vraagt om elke B.V. een subnummer te geven. Elke B.V. krijgt dan het nieuwe btw-nummer van de fiscale eenheid met een toevoeging, bijvoorbeeld B.02, om aangifte te doen.

Btw privégebruik auto is aftrekbaar

Wist jij het? Dat je de btw die je voor privégebruik auto moet afdragen, van de winst mag aftrekken? En weet je ook waarom?

Een ib-ondernemer gebruikte zijn zakelijke auto ook voor privéritjes. Vanwege het privégebruik moest hij btw afdragen en deze btw had hij als kostenpost in aanmerking genomen. De inspecteur accepteerde deze kosten niet.

De rechtbank die in dit geschil moest beslissen was het eens met de ondernemer. Uit een oude uitspraak van het Hof Den Haag van 16 december 1973 volgt namelijk dat deze btw wel degelijk een kostenpost is. En de staatssecretaris heeft in zijn brief van 17 januari 1975 nummer B75/176 aangegeven dat de uitspraak van het Hof Den Haag als richtsnoer kan worden gebruikt. Deze brief is nooit ingetrokken, dus belastingplichtigen mogen hierop vertrouwen.

Btw privégebruik auto is aftrekbaar!

B.V. verkopen, wat zijn de fiscale gevolgen?

Heb jij een B.V.? Of meerdere? En weet je hoe de belastingheffing loopt als je je onderneming verkoopt? Ik krijg daar regelmatig vragen over. Wil jij het ook weten?

Eén B.V.: aandelentransactie

Als je één B.V. hebt, en je verkoopt die B.V., dan betaal je aanmerkelijk belangheffing (ab-heffing). Het tarief is op dit moment 25%. In 2020 wordt het ab-tarief 26,25% en in 2021 26,9%.

Meerdere B.V.’s: aandelentransactie

Als je een holding hebt met daaronder één of meer werkmaatschappijen en je verkoopt zo’n werkmaatschappij, dan betaal je niets. Deze transactie valt onder de deelnemingsvrijstelling. Dat is precies waarom het aantrekkelijk is om verschillende activiteiten in verschillende B.V.’s onder te brengen. Na de verkoop met toepassing van de deelnemingsvrijstelling blijft de volledige verkoopopbrengst in de holding achter en kan je er voor kiezen daarmee weer een nieuwe activiteit te starten.

Let bij zo’n aandelenverkoop op dat je de verkoopkosten die je maakt niet aftrekt. Omdat de opbrengsten onder de deelnemingsvrijstelling vallen, zijn de kosten ook niet aftrekbaar en dat wil wel eens voor verwarring zorgen.

Activa/passiva verkopen uit de B.V.

Veel kopers willen geen B.V. kopen. Ze zijn bang voor ‘lijken in de kast’ en kopen liever de losse activa en passiva. In zo’n geval betaalt de B.V. vennootschapsbelasting over de boekwinst bij verkoop. Het tarief is in 2019 25% bij een winst vanaf € 200.000, bij lagere winst 19%. In 2020 wordt het tarief 16,5/22,55% en in 2021 15/20,5%.

Het is jammer voor jou als verkoper dat je vennootschapsbelasting moet betalen, maar je kan dan wel een hogere verkoopprijs bedingen. Want bij een activa/passiva transactie kan de koper afschrijven over de goodwill en de andere stille reserves die hij koopt.

Verkoopopbrengst naar privé halen

Als je na één van de hiervoor genoemde verkopen besluit om de verkoopopbrengst naar privé te halen ontvang je dividend. Vóór je het dividend uitkeert moet je de balans- en uitkeringstest doen. Bij uitkering van dividend houd je 15% dividendbelasting in. De dividenduitkering wordt vervolgens belast met 25% ab-heffing, waarbij de dividendbelasting als voorbelasting wordt verrekend. Je betaalt per saldo dus 25%  (of volgend jaar 26,25%) ab-heffing.

Let op

Het bovenstaande geldt als de B.V.-structuur tijdig tot stand is gebracht. Regel de holdingstructuur daarom ruim voor de geplande bedrijfsoverdracht.

Als verkoop van aandelen binnen drie jaar na geruisloze inbreng/bedrijfsfusie plaatsvindt moet de belastingplichtige aantonen dat de herstructurering niet heeft plaatsgevonden in het zicht van verkoop. Voor uitzakken binnen fiscale eenheid geldt een wachttijd van zes of onder voorwaarden drie jaar. Let ook op als onroerend goed in de onderneming aanwezig is: na herstructurering moet rekening worden gehouden met een wachttermijn voor de overdrachtsbelasting.

Werken jij en je fiscaal partner samen in de onderneming?

Werken jij en je fiscaal partner samen in de onderneming? In de eenmanszaak, of in de vof? Weet jij wat fiscaal het voordeligst is?

Meewerken in de eenmanszaak

Werkt je partner mee in de eenmanszaak, dan kan je kiezen voor meewerkaftrek, een aftrekpost die er voor zorgt dat jij minder belasting betaalt. In de aangifte van je partner zie je hier niets van. Als de arbeid van je partner wordt beloond met salaris of een zogenaamde meewerkbeloning wordt een stuk van de winst bij je partner belast. Jij hebt dan minder winst en betaalt dus minder belasting.

Salaris en meewerkbeloning worden vaak belast tegen een lager tarief dan het belastingtarief van de ondernemer. Maar je moet ook rekening houden met premie zorgverzekeringswet, waardoor dit voordeel (deels) weer verdwijnt en bij de huidige tarieven zelfs kan omslaan in een nadeel.

Het toerekenen van een beloning heeft wel een positief effect op de heffingskortingen. De meeste heffingskortingen zijn hoger bij lagere inkomens, waardoor jullie per saldo meer heffingskorting krijgen. En dat geldt helemaal als je een kind jonger dan 12 jaar hebt en de inkomensafhankelijke combinatiekorting kunt krijgen.

Kortom: meewerken levert jullie fiscaal waarschijnlijk voordeel op. Hoeveel? Dat moet je uitrekenen!

Mee-ondernemen

Als je partner mee-onderneemt, krijgt je partner een stuk van de winst toegerekend. Daarvoor geldt hetzelfde als ik hierboven schreef over meewerken: het levert waarschijnlijk voordeel op, maar hoeveel het oplevert moet je uitrekenen. Maar het meeste voordeel levert het op als je gebruik kunt maken van de fiscale ondernemersfaciliteiten!

Belastingvoordeel bij mee-ondernemen: € 9.403 aftrekpost

Als ondernemer heb je, als je aantoonbaar minimaal 1.225 uur op jaarbasis in je onderneming werkt, recht op zelfstandigenaftrek en (als je die nog niet meer dan twee keer hebt gehad) starters aftrek. Ben je al langer ondernemer, let dan op: als je vijf jaar of langer geleden gestart bent mag je naast de uren in de onderneming niet méér uren in loondienst werken.

De aftrekpost zelfstandigenaftrek is € 7.280 en startersaftrek € 2.123 (cijfers 2019). Dat levert bij het laagste tarief (36,65% in 2019) € 3.446 op. Dus als zelfstandigenaftrek aantoonbaar is, is een vof met je partner vrijwel zeker voordelig!

Ook kan je jaarlijks oudedagsreserve opbouwen en zo meer fiscaal vriendelijk aan je pensioen werken. Verder kan je bij staking van de onderneming eenmalig de stakingsaftrek (€ 3.630 in 2019) benutten.

Let op: geen zelfstandigenaftrek bij ongebruikelijk samenwerkingsverband

Bij fiscaal partners tellen uren die worden besteed aan ondersteunende werkzaamheden, niet mee voor die 1.225 uur als het samenwerkingsverband dat jullie zijn aangegaan niet gebruikelijk is. Het standaardvoorbeeld van een ongebruikelijk samenwerkingsverband is de samenwerking van de tandarts met de assistente. De partner/tandartsassistente krijgt daarom, ook als ze meer dan 1.225 uur in de praktijk werkt, geen zelfstandigen- en startersaftrek.

Let op: aansprakelijkheid

Als je vof bent, ben je allebei volledig aansprakelijk. In een eenmanszaak is maar één ondernemer aansprakelijk. Dus als je je aansprakelijkheid niet (goed) af kunt dekken met algemene voorwaarden of een verzekering is een vof potentieel risicovoller dan de eenmanszaak. Dat wil zeggen, als je huwelijksvoorwaarden hebt en die ook nakomt. Als je in algehele gemeenschap van goederen gehuwd bent maakt het niets uit, dan loop je immers allebei risico.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting: als je kind jonger dan 12 is

Combineer je betaald werk met de zorg voor een kind jonger dan 12 jaar? Dan heb jij (of je partner) mogelijk recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting. Het levert in veel gevallen zo’n € 2.800 belastingkorting op. De korting geldt ook bij co-ouderschap. Wanneer heb je recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting en hoe krijg je de korting?

Voorwaarden inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) in 2019

  • Je hebt een kind dat op 1 januari 2019 nog geen twaalf is. Het maakt niet uit of het je eigen kind is, of het kind van je fiscale partner.
  • Dit kind staat in 2019 tenminste 6 maanden in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven op jouw adres. Bij co-ouderschap mag het ook zijn ingeschreven op het adres van de andere ouder. Als co-ouderschap wordt behandeld: tenminste drie dagen bij jou én tenminste drie dagen per week bij je ex-partner. De Belastingdienst accepteert co-ouderschap ook als je kind week om week bij jou en bij je ex-partner is.
  • Je werkt en hebt een inkomen hoger dan € 4.993. Of je bent ondernemer en hebt recht op zelfstandigenaftrek.
  • Je inkomen is lager dan het inkomen van je partner. Of je hebt geen partner. De Belastingdienst geeft ook IACK wanneer je minder dan zes maanden een partner hebt.

Belastingkorting

IACK levert flink wat op: in 2018 tussen de € 1.052 en € 2.801.  In 2018 kreeg je de maximale korting bij een bruto inkomen van € 33.390 of meer. In 2019 is de korting tussen € 0 en 2.835, je krijgt de maximale korting dit jaar bij een bruto inkomen van € 24.759 of meer.

Als je geen of weinig belasting betaalt kan je, als je partner voldoende belasting betaalt, de IACK ook uitbetaald krijgen. Tot 2019 ging dit om het totale bedrag. Omdat de uitbetaling van de IACK met ingang van 2019 wordt afgebouwd, wordt in 2019 maximaal 26,67% van de IACK uitbetaald.

Hoe krijg je de korting?

Je krijgt de korting als je in je aangifte het juiste vakje aan vinkt. De Belastingdienst zegt dat automatisch wordt vastgesteld of je recht hebt op de IACK, dus als je via hun software aangifte doet en alles goed gaat wordt het vakje automatisch aangevinkt. Commerciële software kan alleen rekening houden met de IACK als de geboortedata van je kinderen in de software zijn ingevuld, dus dat is opletten.

Let voor de korting op bij co-ouderschap

Let ook op bij co-ouderschap, want co-ouderschap wordt niet bij de Belastingdienst geregistreerd of door commerciële software uitgevraagd.

Heb je de IACK niet geclaimd?

Als je de IACK ten onrechte niet hebt geclaimd, kan je dat alsnog doen. Door je aangifte aan te passen en nogmaals in te leveren. Of binnen zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag bezwaar te maken tegen deze aanslag. Als de bezwaartermijn verstreken is, kan je ook verzoeken om ambtshalve vermindering in verband met de IACK. Dat kan het gemakkelijkst door de aangifte aan te passen en nogmaals in te leveren. De termijn voor ambtshalve vermindering is vijf jaar.

Fiets van de zaak!?

Ook zo’n zin om op de fiets naar het werk te gaan? Dan denk je misschien aan die fiscale regeling voor de fiets van de zaak die op Prinsjesdag werd aangekondigd. Toch is er iets beters, en dat werkt al!

Prinsjesdag-plan voor leasefiets vanaf 2020

Inderdaad, op Prinsjesdag 2018 werd een regeling voor de fiets van de zaak aangekondigd: een vaste bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs voor een fiets die ‘ter beschikking wordt gesteld’, de ‘leasefiets’ die zowel privé als zakelijk wordt gebruikt. Werkt zowel voor ondernemers als werknemers. In werking per 1 januari 2020.

Huidige regeling leasefiets

Op dit moment moet er bijgeteld worden voor het privégebruik van een ter beschikking gestelde fiets: privékilometers maal kilometerprijs. Niet zo eenvoudig, immers hoe houd je die kilometers bij? En dat wordt volgend jaar dus makkelijker.

Niet handig

Zou het echt door die administratieplicht komen dat ik nu nooit iets hoor of lees over leasefietsen voor werknemers? Of is het gewoon niet erg handig dat de fiets eigendom blijft van de onderneming, omdat dan onderhoud ook via de zaak moet lopen en hoe maak je daar dan een cafetaria-achtig systeem van? En wat doe je met de fiets als de werknemer uit dienst gaat? En hoe loopt het precies met de btw?

Voor ondernemers speelt dat minder. Voor ondernemers is een fiets van de zaak simpelweg aantrekkelijk als de aftrekpost hoger is dan de bijtelling. Dat is dus vanaf volgend jaar flink makkelijker te berekenen.

Makkelijker én kan nu al: privéfiets met kilometervergoeding

Bij ondernemers zie ik af en toe een privéfiets. Daar wordt dan € 0,19 per kilometer als kosten afgetrokken. En als je niet te dicht bij de zaak woont levert dat een leuke aftrekpost op. En dan misschien nog wat zakelijke kilometers erbij…  Ondernemers kunnen daar gewoon mee doorgaan, ook na 2020.

Maar werkgevers kunnen dat natuurlijk ook doen: een vrije vergoeding van maximaal € 0,19 per kilometer betalen (aanwijzen als werkkosten, gerichte vrijstelling) aan hun werknemers. Woon/werk kilometers eventueel via een cafetaria-systeem. Eenvoudiger dan de leasefiets en het kan nu al!

Dalende belastingtarieven

De belastingtarieven veranderen. Wat worden de tarieven en wanneer gaan ze in? Download hier het overzicht: belastingtarieven nu en in de toekomst.

 

Doe direct na overlijden niets overhaast

Een erfenis lijkt mooi, maar het kan zijn dat je per saldo een schuld erft! Gelukkig kan je dat voorkomen. Misschien denk je: na het overlijden van mijn ouders vraag ik de notaris wel hoe dat allemaal zit. Alleen zie je daarmee over het hoofd dat je direct na het overlijden al iets fout kan doen. Lees daarom nu even verder!

Beneficiair aanvaarden of verwerpen

Als je erft, erf je bezittingen én schulden. Als er meer schulden dan bezittingen zijn, kan je de erfenis verwerpen. Als je niet weet hoe de nalatenschap er precies uitziet, kan je er voor kiezen beneficiair te aanvaarden. Dan kan het niet zo zijn dat je er bij inschiet.

Voor beneficiair aanvaarden en verwerpen gelden formaliteiten die geld kosten. Bij beneficiair aanvaarden moet een boedelbeschrijving worden gemaakt. Dat is de reden dat niet iedereen standaard voor de veilige weg van beneficiair aanvaarden kiest.

Wet bescherming erfgenamen tegen schulden werkt niet altijd

Als je niet voor beneficiair aanvaarden hebt gekozen en later ontdekt dat er (veel) schulden zijn zou je alsnog voor beneficiair aanvaarden willen kiezen. Dat kan helaas niet. De in 2016 in werking getreden Wet bescherming erfgenamen tegen schulden (wet Bets) geeft alleen in uitzonderingsgevallen een escape: als je de schuld niet kende en niet behoorde te kennen kan je, alleen binnen drie maanden na ontdekking, alsnog een verzoek tot beneficiair aanvaarden doen.

Maar de wet Bets werkt niet als je de schulden kende, of behoorde te kennen. Bijvoorbeeld belastingschulden van een overleden ondernemer: als jij als vrouw van een overleden ondernemer zelf ook ondernemer was, kon je weten dat bij de onderneming van je partner nog belastingschulden konden horen. Je had daar onderzoek naar moeten doen. Ook werkt de wet Bets niet bij de vordering van stiefbroers/zussen op je nu overleden moeder. Die schulden zijn ontstaan toen jullie vader overleed en zijn testament is destijds ook aan jou voorgelezen.

Zuiver aanvaarden gaat automatisch

Als je niet beneficiair aanvaard (of verwerpt) door een officiële verklaring bij de rechtbank, dan aanvaard je de nalatenschap zuiver. Je aanvaardt dus niet alleen zuiver doordat je een officieel document tekent, maar ook als je je gedraagt ‘als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam’. En dat gebeurt doordat je ‘goederen van de nalatenschap verkoopt, bezwaart (tb: verpand, verhypothekeert) of op andere wijze aan het verhaal van schuldeiser onttrekt’.

Dat zuiver aanvaarden doe je dus misschien wel per ongeluk, in de hectische tijd direct na het overlijden. Bijvoorbeeld in de situatie van een bekend arrest waar de erfgenamen het bankpasje van hun overleden vader gebruikten voor het betalen van het restaurant waar ze na het overlijden aten.

Let op: het kan ook jou overkomen!

Het kan jou dus ook overkomen! Als je vader of moeder pas overleden is, is nadenken over zijn/haar eventuele schulden waarschijnlijk niet het eerste waar je mee bezig bent. Maar als je, al dan niet bewust, zuiver aanvaard, erf je alle bezittingen én alle schulden. Ook als er meer schulden dan bezittingen zijn. In principe kan je dan niet meer kiezen voor beneficiair aanvaarden.

De tip is dus: breng eerst de (bezittingen en) schulden in kaart en maak een weloverwogen keuze voor beneficiair aanvaarden of niet. Want op een later moment kiezen voor beneficiair aanvaarden kan alleen in uitzonderingsgevallen.

En neem tot je die keuze hebt gemaakt geen waardevolle spullen mee naar huis, verkoop geen spullen, betaal geen rekeningen.

Verder lezen kan hier!

Blog: hoe ga jij om met conflicten in de vof?

Kleine ergernissen kunnen grote gevolgen hebben. Het is bekend dat tandpastadopjes kunnen bijdragen aan een echtscheiding. Niet uitgesproken irritaties over bedrijfsuitgaven kunnen leiden tot het ontbinden van de vof. Hoe voorkom je dat conflicten het ondernemen onmogelijk maken?

Problemen voorkomen

Natuurlijk houd ik bij het maken van een vof-contract rekening met situaties die helaas nou eenmaal kunnen gebeuren: arbeidsongeschiktheid, overlijden, echtscheiding, faillissement. Ook leg ik vast wat je als firmant alleen mag beslissen en waar je samen over besluit. En hoe de winstverdeling wijzigt als een firmant meer of minder gaat werken. Zelfs afspraken over het aantal vennotenvergaderingen en hoeveel vakantiedagen ieder heeft, neem ik op. Zo los je de problemen op voor ze er zijn, als alles nog niet zo beladen is.

Zeg jij het als je iets dwars zit?

Maar goed, firmanten zijn ook gewoon mensen. En die zeggen vaak niets als ze iets dwars zit. Want het is maar iets kleins, daar wil je toch niet over zeuren? En die ander snapt het toch gewoon wel? Tot de emmer compleet overloopt en het uitloopt op een enorme ruzie. Of een burn-out. Of het einde van de vof. Of allebei. Zeg jij het als je iets dwars zit?

Los het op!

Omdat ik dit een boeiende materie vind, volgde ik een training conflictoplossing. Voor mezelf en ook om anderen te helpen. Bijvoorbeeld compagnons in een vof en families die met een bedrijfsoverdracht bezig zijn. En ik merk dat het werkt! Wat is het fijn als de misverstanden zijn opgehelderd en je het probleem hebt opgelost. Je hebt weer ruimte! Dus los de issue zelf op of vraag hulp. Kom praten, alleen (ja, dat helpt ook!) of met je compagnon!

Even checken

Ben je nog niet zo ver? Kijk dan in elk geval even of er in jouw vof-contract een regeling staat over het accorderen van de jaarrekening. Ligt de jaarrekening automatisch vast, ook als niet iedereen heeft getekend? En wat natuurlijk nog beter is: onderteken de jaarrekening gewoon wél en vraag dat ook van je compagnon! Dit is belangrijk want als de jaarrekening niet geaccordeerd is (door handtekeningen of een regeling in het vof-contract) kan je bij het einde van je vof discussies krijgen over uitgaven van héél lang geleden.

Veel werkplezier!!