Rutte III en de eigen woning

Vraag jij je af wat de fiscale plannen van Rutte III voor jou betekenen? Helaas, daar kan ik geen duidelijk antwoord op geven, het zijn immers voornemens. Van wetsvoorstellen met 1  januari 2018 als geplande ingangsdatum is de kans dat ze worden ingevoerd natuurlijk wel groot. Maar veel plannen voor de komende jaren zijn nu nog niet meer dan een grove schets en we weten niet of deze plannen (compleet) door de Tweede en Eerste Kamer komen.

Toch schrijven kranten en andere media over de plannen alsof ze al zijn aangenomen. Ik krijg dan ook regelmatig vragen over de kabinetsplannen. Ik beschrijf hieronder de plannen rond de eigen woning en iets over hun achtergrond en samenhang. Net als in de krant lijkt het dan of het allemaal zeker doorgaat, maar dat is dus niet zo!

Als je een eigen woning hebt, heb je een bron van inkomen. Uit die bron geniet je inkomsten, het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit is nu 0,75 % van de WOZ-waarde. Dit percentage wordt met ingang van 2020 verlaagd naar 0,6%.

Reden voor deze belastingverlaging is dat het kabinet het zogenaamde Hillen-effect wil afschaffen. Dat gaat om de regel dat geen eigenwoningforfait wordt bijgeteld als er geen eigenwoningschuld meer is of alleen nog maar een kleine schuld. Op dit moment is het kabinet van plan om deze regeling in 30 jaar af te schaffen. Zuur voor iedereen die z’n hypotheek heeft afgelost met het oog op het Hillen-effect!

Als je een bron van inkomen hebt, kan je ook kosten aftrekken. Bij de eigen woning gaat het om hypotheekrente of eigenwoningrente. Al eerder werd de aftrek van eigenwoningrente beperkt. Aftrek is nu maximaal 30 jaar mogelijk, bovendien moet er verplicht worden afgelost. Eerder is in gang gezet dat het aftrektarief jaarlijks 0,5% lager wordt. Voor de aangifte 2017 betekent dit dat eigenwoning rente tegen maximaal 50% wordt afgetrokken. Vanaf 2020 wordt de afbouw versneld en daalt het aftrektarief met 3% per jaar, totdat aftrek alleen nog mogelijk is tegen het basistarief.

Tip voor mensen die al te maken hebben met de verlaging van het aftrektarief: het is fiscaal toegestaan de rente van een half jaar vooruit te betalen, vraag er naar bij je lening verstrekker. En als je denkt over oversluiten van je hypotheek: vaak wordt de boeterente met de nieuwe rente gemiddeld tot een nieuw tarief, maar je kan ook met je bank afspreken eenmalig boeterente te betalen, dan profiteer je nog van het hoge aftrektarief.

 

Heb jij nog iets aan te geven?

Mensen die in het verleden zaken buiten hun aangifte hebben gehouden, kunnen gebruikmaken van de zogenaamde inkeerregeling. Dit betekent dat je zelf bij de Belastingdienst aangeeft dat je een of meer aangiftes uit het verleden wilt aanpassen. In zo’n geval wordt de boete beperkt tot 40% van de normale boete of helemaal teruggebracht naar nihil. Per 1 januari a.s. wordt deze regeling afgeschaft. Een goede reden om nu actie te ondernemen.

Misschien heb je je aangifte in het verleden niet correct ingevuld en heb je niet alle inkomsten opgegeven of heb je een bankrekening die niet uit de aangifte blijkt.

Als de Belastingdienst op deze informatie stuit, legt zij een aanslag op, en als zij van mening is dat je je aangifte opzettelijk niet correct had ingevuld komt daar boete bij, 100% (bij correctie inkomsten) of 300% (bij correctie vermogen). Als je zelf aankaart dat je aangifte in het verleden niet correct is geweest, betaal je ook belasting over niet-aangegeven inkomsten of vermogen, maar betaal je geen boete als je je aangifte binnen twee jaar na indiening verbetert. Buiten de tweejaarstermijn wordt de boete beperkt tot 40% van 100% respectievelijk 300%.

Als je je aangifte buiten de tweejaarstermijn verbetert, dan speelt de vraag hoe hoog de boete moet zijn. De Belastingdienst rekent steeds met 40% en120%, maar een lagere rechter heeft al eens beslist dat een belastingplichtige die buitenlands vermogen niet had opgegeven, een boete kreeg die net zo hoog was als de boetes die in die betreffende jaren golden en dat ging soms om 0% of 10%. Dus of de Belastingdienst de 120% boete kan aanhouden is nog niet duidelijk.

Nog iets aan te geven? Doe het nu!

Rutte III en de B.V.

In de media lijkt het alsof de plannen van Rutte III al wet zijn. Toch zijn veel plannen niet meer dan een grove schets en weten we niet of ze (ongewijzigd) door de Tweede en Eerste Kamer komen. Toch is het natuurlijk goed om deze beleidsvoornemens te kennen. Daarom hieronder de plannen rond de B.V. en iets over hun achtergrond en samenhang. Net als in de media lijkt het dan of het allemaal zeker doorgaat, maar dat is dus niet zeker!

Rutte III wil de belasting voor B.V.’s (en andere rechtspersonen) verlagen om Nederland aantrekkelijker te maken voor investeerders. Het plan is om het vennootschapsbelastingtarief stapsgewijs te verlagen: vanaf 2019 wordt het tarief 19% (en 24% vanaf een winst van €200.000), in 2020 17,5% (en 22,5%) en vanaf 2021 16% (en 21%). Dit wordt betaald doordat bepaalde renteaftrekken niet meer mogelijk zijn, afschrijving op gebouwen in eigen gebruik wordt beperkt en de termijn voor verliesverrekening korter wordt. Ook vervalt het eerdere plan om de eerste schijf in de vennootschapsbelasting, het zogenaamde opstapje, te verlengen. Dat blijft gewoon €200.000.

Als het tarief in de vennootschapsbelasting daalt, wordt de B.V. aantrekkelijker voor ondernemers. Het kabinet wil dit niet en streeft naar een globaal evenwicht tussen belastingheffing voor eenmanszaak/vof-ondernemers en B.V.-ondernemers. Daarom wordt het aanmerkelijk belangtarief verhoogd van 25% naar 28,5 %.

Veel B.V.-ondernemers zullen voor de ingangsdatum van de verhoging van het aanmerkelijk belangtarief dividend uitkeren. Dat is een zuur voordeeltje, want de reserves in de B.V. zijn opgebouwd in jaren dat het vennootschapsbelastingtarief nog hoger was en waarbij dus een lagere aanmerkelijk belangheffing zou horen. Maar die nuance wil het kabinet (nog?) niet kennen, er wordt niet gesproken over een overgangsregeling.

Of de B.V. door deze tariefswijziging misschien toch aantrekkelijker is voor jou? Dat kan ik nu niet zeggen, dit zal rekenwerk blijven kosten. Naast de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief en de verhoging van aanmerkelijk belang-tarief moet je dan ook rekening houden met het effect van wijzigingen in het tarief waartegen je de zelfstandigenaftrek aftrekt.

Tot slot: de dividendbelasting wordt afgeschaft. In binnenlandse situaties maakt dit geen verschil. Dividendbelasting (nu 15%) is immers een voorheffing op de aanmerkelijk belangheffing (nu 25%) zodat Nederlandse dga’s na het uitkeren van dividend nu 10% bijbetalen. Dat wordt straks het volle bedrag van de aanmerkelijk belangheffing.

Huwelijksvoorwaarden opheffen?

Denk jij over het opheffen van je huwelijksvoorwaarden? Per 1 januari a.s. wijzigt het wettelijke systeem van gemeenschap van goederen. Je kunt dan geen erfbelasting meer besparen door het opheffen van huwelijksvoorwaarden. Maar het kan nu nog wel. Als je overweegt je huwelijksvoorwaarden op te heffen, neem dan snel contact op met je notaris.

Lees hier meer over het nieuwe systeem van gemeenschap van goederen.

Ga jij lijfrente- of banksparen?

Bij de huidige fiscale wetgeving is het aantrekkelijk om ‘met fiscale aftrek’ voor je oude dag te sparen. Dat gebeurt door lijfrente- of bankspaarpremie af te trekken en als je uitkeringen ontvangt belasting te betalen. Dit is extra aantrekkelijk als je de premie nu aftrekt tegen een hoog tarief en te zijner tijd tegen een laag (bejaarden)tarief belasting betaalt over de uitkeringen. Je leest nu meestal over banksparen, maar lijfrente- en bankspaarpremie worden fiscaal hetzelfde behandeld. Wat zijn eigenlijk de verschillen tussen de beide spaarproducten?

Vroeger hadden we alleen de lijfrente, die sloot je af bij een verzekeraar. Je betaalde een flinke koopsom ineens of (huidige praktijk) je stort elk jaar een bedrag aan premie. Met het in deze verzekering opgebouwde kapitaal worden lijfrente-uitkeringen aangekocht. Bij vroeg overlijden vervalt het kapitaal aan de verzekeraar. Daar staat tegenover dat de verzekeraar het risico loopt dat je 100 jaar wordt.

Vanaf 2008 kan je kiezen voor een soortgelijk systeem, maar dan bij een bank, dit wordt banksparen (ook wel: bancaire lijfrente of lijfrentespaarrekening) genoemd. Je bepaalt zelf hoeveel je inlegt. Dit geld rendeert met het afgesproken rentepercentage, net als op een gewone spaarrekening. Toch werkt banksparen niet hetzelfde als sparen op een gewone spaarrekening bij een bank. De bankspaarrekening is namelijk een geblokkeerde rekening. Je kunt alleen geld opnemen als dat fiscaal ook mogelijk is: bij langdurige arbeidsongeschiktheid en verder ontvang je uiterlijk vanaf vijf jaar na je AOW-datum gelijkmatige uitkeringen tot de rekening leeg is. Bij overlijden gaat het resterende saldo naar de erfgenamen.

Je kunt lijfrente- en banksparen ook combineren. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen op te bouwen via de bancaire variant zodat je zeker weet hoeveel rendement je maakt en dan vervolgens kiezen voor een uitkering in de lijfrentevariant zodat je ook als je 100 jaar wordt een uitkering ontvangt.

Meer weten over de fiscale voordelen van lijfrente- en banksparen? Lees hierover meer in mijn blog.

Blog: Pensioen? Doen!

Het heeft al zo vaak in de krant gestaan dat je het vanzelf gaat geloven: zzp-ers doen niet aan pensioen. Veel belangrijker is natuurlijk: wat doe jij?

Niets? Dus alleen AOW is voor jou voldoende? Of mag het wel ietsje meer zijn? Wil je een goed rendement en zeker weten dat het geld op jouw pensioendatum echt klaarligt? Banksparen kan je al gauw 3,6% en misschien wel 4,3% of zelfs 6,5% rendement opleveren. Lees verder!

Rendement banksparen beter

Rendementen vergelijken

Je zoekt natuurlijk naar de meest voordelige partij om je geld onder te brengen. Op het moment dat ik dit artikel actualiseer zie ik dat voor banksparen voor een vaste periode van tien jaar 1,6% rente wordt gegeven. Een gewone spaardeposito voor tien jaar levert 1% op en een gewone spaarrekening ongeveer 0,2%. Maar dat is bruto. Wat is je netto rendement?

Banksparen

Je opent een bankspaarrekening en stort daar € 2.000 op. Omdat dit bedrag aftrekbaar is, investeer je veel minder. Dit werkt zo: als je in 2016 een winst hebt gehad van € 27.000 (vóór zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling), dan kun je in de aangifte 2017 ongeveer € 2.000 aan premie aftrekken. Je krijgt dan € 731 terug van je storting, je investering is dus € 1.269. Maar als je inkomen in 2017 hoger is, levert die aftrek meer op.

Bij een vaste rente van 1,6% heb je na 10 jaar € 2.344 op je bankspaarrekening staan. Hierover moet je belasting betalen. Als je niet heel veel inkomen hebt naast je AOW betaal je € 537 en houdt je netto €1.807 over.

Je netto rendement is bij een laag inkomen: investering € 1.269, opbrengst € 1.807, dat is een toename van 3,6% per jaar. En als je inkomen in 2017 hoger is, is je rendement 4,3% of zelfs 6,5%!

Let op: Je moet bij het openen van de bankspaarrekening kosten betalen, helaas. Ik reken op ongeveer € 200. Als je maar één jaar spaart drukken die kosten zwaar op je rendement. Maar als je echt een pensioenpot wilt opbouwen spaar je een flink aantal jaren op de bankspaarrekening. Daarom heb ik de kosten niet meegenomen bij de rendementsberekening.

 

pensioensparen

Gewoon sparen

Je kunt hetzelfde bedrag, dus € 1.269, ook gewoon sparen. Als je dat 10 jaar wilt doen, geeft een deposito van 10 jaar je het beste rendement. Bij een dergelijk deposito krijg je 1% en betaal je jaarlijks je box 3-heffing (ik reken met het laagste tarief in 2017: 0,86%). Dan heb je na 10 jaar € 1.276. Dat is een netto rendement van 0,05%.

Als je niets doet en die € 1.269 op een gewone spaarrekening laat staan, krijg je op die rekening een rente van zo’n 0,2%. Dit is lager dan de belastingheffing in box 3. Dus je netto rendement is negatief.

Regel het nu!

Bankspaarpremies zijn aftrekbaar in het jaar waarin je de premie betaalt. Hoeveel je maximaal kunt aftrekken in je aangifte 2017 is afhankelijk van je inkomen in 2016. Laat dus nu uitrekenen hoeveel je kunt aftrekken en stort nog voor het einde van het jaar! Als je jaarlijks (of nog beter: maandelijks) stort bouw je vrijwel ongemerkt een extra spaarpot op!

Feiten over banksparen

  • Je kunt het geld niet zomaar van je rekening halen, je krijgt het als lijfrente uitgekeerd. Nadeel én voordeel.
  • Bij langdurige arbeidsongeschiktheid kan je wel eerder opnemen. Al tast dat natuurlijk wel je pensioenpot aan.
  • Het depositogarantiestelsel geldt ook voor bankspaarrekeningen.

Reageren?

Denk jij over sparen voor je pensioen? Wil je weten wat de fiscale mogelijkheden zijn?
Bel en stel jouw vraag! Of klik hier, dan bel ik jou.

Dga-salaris en managementfee: check ze nu

Directeur-grootaandeelhouder (dga), is jouw salaris hoog genoeg? Voor je uitgaven en ook volgens de regels van het gebruikelijk loon? En hoe zit het met de managementfee die de holding ontvangt? Dit is hét moment om salaris en managementfee te checken en zo fiscale problemen te voorkomen.

Als je niet uitkomt met je salaris kan je twee dingen doen: bezuinigen of zorgen voor meer geld in privé. Spreekt bezuinigen je niet aan? Dan kan je kiezen tussen geld lenen van je B.V. (rekening-courant-opname), dividend uitkeren of salaris en/of bonus verhogen. Wat wijs is, is afhankelijk van je situatie, maar in elk geval is het verstandig actie te ondernemen nu het jaar nog niet voorbij is.

Let op: indien je partner ook in de B.V. werkt, moet hij of zij ook een gebruikelijk loon ontvangen. Jouw dga-salaris en ook het salaris van je partner moet tenminste een ‘gebruikelijk’ loon zijn. Als jullie salarissen niet hoog genoeg zijn, is het verschil ‘fictief loon’. Fictief loon wordt net zo belast met loonheffing als gewoon loon. Maar fictief loon wordt behandeld als informele kapitaalstorting, is dus niet aftrekbaar en daardoor onaantrekkelijk. Bovendien loop je boeterisico.

Het is daarom verstandig je salaris regelmatig te checken. Het gebruikelijk loon is gelijk aan het hoogste van drie bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meestverdienende werknemer;
  • €45.000.

Bij parttime werken kan een lager salaris aannemelijk zijn. Als het gebruikelijk loon op jaarbasis lager is dan €5.000 kan salaris achterwege blijven. Verder zou ik checken of je met het op die manier berekende salaris (min jouw aftrekposten) de 40,8%-schijf wel vol maakt. Immers, als de B.V. minder salaris betaalt en dus meer winst maakt betaal je onder de huidige tarieven 20% vpb plus 25% ab-heffing (dus per saldo 40%). In dat geval willen de meeste dga’s liever wat meer geld in privé.

Als je tot de conclusie komt dat je te weinig salaris uitkeert, kom dan snel in actie, je kunt nu nog een hoger salaris laten verlonen. Leg altijd een onderbouwing van het loon in je dossier. Zo voorkom je boetes zo veel mogelijk. Je kunt ook overleggen met de Belastingdienst over je loon, dan voorkom je ook dat fictief loon in aanmerking wordt genomen.

Als de holding een hoger salaris moet uitkeren, moet de managementfee die de werkmaatschappij betaalt waarschijnlijk ook omhoog. Dit is het juiste moment om te checken of de managementfee toereikend is voor alle kosten in de holding. Het zou jammer zijn als de holding verlies maakt terwijl de werkmaatschappij vennootschapsbelasting moet betalen.

Box 3: kan jij besparen?

Betaal jij belasting in box 3? Dan is jouw belastingtarief in 2017 gewijzigd. Als je een klein vermogen hebt, betaal je iets minder, als je veel vermogen hebt betaal je méér. Het is in beide situaties interessant op box 3 te sturen. Daarom hierbij eerst de wijziging voor 2017 en vervolgens wat je kunt doen om belasting te besparen.

Tot nu toe betaalde je 1,2% over je totale vermogen minus het heffingvrije vermogen (bedrag 2016: € 24.437).

Voor 2017 bedraagt het heffingvrije vermogen € 25.000 en betaal je meer belasting naarmate je meer vermogen hebt. Je betaalt 0,86% over je vermogen tussen € 25.000 en € 100.000. Als je vermogen groter is, betaal je daarnaast 1,38% over het vermogen tussen € 100.000 en € 1.000.000 en 1,62% over vermogen boven de € 1.000.000. Dit komt omdat de regeling er vanuit gaat dat het rendement op grotere vermogens hoger is dan het rendement op kleinere vermogens.

Voor je fiscale partner gelden het heffingvrije vermogen van € 25.000 en de oplopende tarieven natuurlijk ook. Dat betekent dat fiscale partners met een hoger tarief te maken krijgen bij een gezamenlijk vermogen van meer dan € 200.000.

Wat kan je doen om belasting te besparen in box 3?

  • Hypotheekschuld eigen woning aflossen. Als je de hypotheek (bijna) volledig aflost heb je nu nog het voordeel dat je (nauwelijks of) geen eigen woningforfait hoeft bij te tellen. Dit voordeel wordt waarschijnlijk in de komende 30 jaar afgeschaft. Ook extra storten in je kapitaalverzekering eigen woning is soms aantrekkelijk.
  • Je kunt je geld beleggen in groenfondsen. Groene beleggingen zijn tot € 57.385 (bedrag per persoon 2017) vrijgesteld. Kijk wel goed naar het rendement!
  • Als je stort op een bankspaarrekening creëer je een pensioenpotje buiten box 3. Dit levert een aantrekkelijke aftrekpost op als je een hoog inkomen hebt, maar kan ook interessant zijn bij een laag inkomen. Bereken hoeveel premie aftrekbaar is en reken je rendement uit.
  • Als je inkomen hoger is dan € 103.317, dan kunt je je vermogen gebruiken voor het kopen van een zogenaamde nettolijfrente. Voor een nettolijfrente geldt een vrijstelling in box 3. Kijk ook hier naar het rendement.
  • Je kunt je vermogen onderbrengen in een B.V. of een zogenaamd open fonds voor gemene rekening. Belastingheffing vindt dan plaats in box 2 en is gebaseerd op daadwerkelijk behaald rendement, dit is bij een laag rendement aantrekkelijker dan belastingheffing in box 3. Je moet wel rekening houden met de kosten van de B.V.
  • Op familieniveau kan je wellicht ook besparen door te schenken aan je kinderen.

Bij alle genoemde mogelijkheden geldt dat het belangrijk is goed te (laten) onderzoeken wat in jouw situatie precies de mogelijkheden zijn.

Schenken bespaart belasting en meer

Schenken biedt niet alleen plezier in het geven, maar ook belastingvoordeel. Als je box 3 flink vol zit en je kinderen minder box 3-vermogen hebben, kan je door schenken als familie inkomstenbelasting besparen. Verder kunnen heel veel families door schenken erfbelasting besparen. Hoe dat werkt?

Hoe groot is de erfenis die je kinderen na jouw overlijden ontvangen? Over een erfenis tot € 20.209 (2017) betaalt je kind geen erfbelasting. Maar als de te verwachten erfenis groter is, dan kan je overwegen nu vast te schenken: je mag jaarlijks € 5.320 (2017) belastingvrij schenken en je hoeft van die schenking geen aangifte te doen. Zo kun je eenvoudig door eenmalig of jaarlijks belastingvrij te schenken, belastingheffing over een deel van de toekomstige erfenis voorkomen.

De erfbelasting bedraagt 10% over de eerste € 122.269, over het meerdere betaalt je kind 20%. Als de te verwachten erfenis per kind groter is dan de vrijstelling plus de 10%-schijf (dus samen ruim € 140.000) kan je overwegen meer te schenken dan alleen het belastingvrije bedrag van € 5.320. Het meerdere kost 10% schenkbelasting (tot € 122.269 in 2017), waardoor je over de schenking 10% bespaart. Afhankelijk van je vermogen kan je zo flink wat erfbelasting besparen.

Door schenken kan je niet alleen belasting besparen, maar ook de mogelijke eigen bijdrage in de zorg. Veel ouderen hebben daarom liever niet te veel geld in box 3. Als je veel geld in box 3 hebt, dan moet je als je wordt opgenomen in een verzorgingshuis, een hogere eigen bijdrage betalen dan iemand zonder box 3. Schenken kan box 3 verkleinen en daardoor de eigen bijdrage voor de Wlz en/of de Wmo beperken. Het is dan wel zaak tijdig te beginnen met schenken!

Dit geldt vooral voor mensen die naast hun AOW geen of een klein pensioen hebben. Het verkleinen van box 3 heeft geen invloed heeft op de eigen bijdrage Wlz/Wmo voor iemand die een relatief hoog pensioen heeft, dan kan de eigen bijdrage volledig uit het pensioen worden betaald. Onderzoek dus wat in jouw situatie wijs is.

De B.V. in?

Denk je over de B.V.? Als je de hele winst van je B.V. direct aan jezelf uitkeert, betaal je onder de huidige tarieven meer belasting dan wanneer je een eenmanszaak zou hebben. Het ‘omslagpunt’ waar we vroeger over spraken bestaat op dit moment dus niet.

Maar als je een flink deel van de winst in de B.V. kunt laten zitten, dan stel je wel de ab-belastingheffing uit. Je kunt dan investeren met geld van de fiscus terwijl een bank je het geld misschien niet zou lenen!

 

De B.V. heeft ook allerlei andere voordelen. Beperking van aansprakelijkheidsrisico en de status die de B.V. oplevert zijn de bekendste, maar er is meer. Innovatiebox toepassen kan tot nu toe alleen in de B.V. Als je holding een werkmaatschappij verkoopt hoef je, als je de holdingstructuur tijdig tot stand hebt gebracht, geen belasting te betalen en kan je de volledige verkoopprijs opnieuw investeren. Ook aan het eind van je ondernemerschap kan je voordeel behalen met de B.V. Je kunt afrekenen over stakingswinst uitstellen door je onderneming vóór de verkoop de B.V. in te brengen. Zo kan je je pand verhuren zonder dat je moet afrekenen over de meerwaarde in het pand. Ook kan je kiezen voor een lijfrente van je eigen B.V. Scheelt ook weer box3-heffing!

 

Als je denkt over de B.V. dan is 1 april 2018 een belangrijke datum. Omdat je, als je voor die datum een intentieverklaring tekent en goed laat vastleggen bij de Belastingdienst, de balans van 1 januari 2018 kunt gebruiken bij je ruisende of geruisloze inbreng. En je dus al wat eerder geniet van de voordelen die daarbij horen. Als je voor 1 oktober 2018 een intentieverklaring tekent kan je die terugwerkende kracht ook krijgen, maar alleen als je kiest voor een geruisloze inbreng.

Overigens gaat het hier niet om een definitieve keuze voor de B.V. Je geeft met de intentieverklaring of voorovereenkomst aan dat je van plan bent om je rechtsvorm te wijzigen, maar het is ook mogelijk om van dat plan af te zien. Zo is er tijd om te rekenen en weloverwogen keuzes te maken.