Blog: zorg voor gelijke kapitalen in de vof

Werk jij samen in een vof of maatschap? Grote kans dat jouw kapitaal niet gelijk is aan dat van je collega of collega’s. Het is ook bijna niet mogelijk om de kapitalen exact gelijk te houden. Maar als je er over denkt om je vof-aandeel over te dragen, adviseer ik ervoor te zorgen dat de kapitalen wel ongeveer gelijk zijn. Waarom?

Eerst wat theorie: wat is eigenlijk kapitaal?

Kapitaal is het bedrag dat overblijft als je van de boekwaarde van de bezittingen (activa) op de balans de boekwaarde van de schulden (passiva) op de balans aftrekt. Als je samenwerkt in een personenvennootschap (vennootschap onder firma, maatschap of cv verder kortweg: vof) behoort het kapitaal toe aan de verschillende vennoten. Je ziet het op de balans staan onder de post eigen vermogen of kapitaal.

Ook theorie: hoe verdeel je het kapitaal?

Deze verdeling heeft niets te maken met de winstverdeling (bijvoorbeeld fifty-fifty), maar is een rekensom: de waarde van de inbreng plus de winsten (of minus de verliezen) minus de opnamen (of plus de stortingen). Het gaat dus om jouw aandeel in het zichtbare vermogen van de vof.

Overdragen vof-aandeel

Als je als vennoot in een vof een flink hoger kapitaal hebt dan de anderen, stuit je waarschijnlijk op problemen als je je vof-aandeel wilt overdragen.  Immers, de toetreder moet niet alleen goodwill en een normaal aandeel in het kapitaal financieren, maar méér. Dat beperkt het aantal overname kandidaten.

Vaak zal het voor de andere vennoten niet mogelijk zijn om bij zo’n overname ineens wat extra kapitaal te storten. Beter is het dus om voor te sorteren en het kapitaal gelijk te houden. Of gelijk te maken. Of, als een uittreden gepland is en de overblijvende vennoot alleen verder gaat, nog een stap verder te gaan en vast te zorgen voor minder kapitaal voor de uittreder.

Maar er is nog een reden om te willen kiezen voor gelijke kapitalen.

Rentevergoeding

Als de kapitalen niet gelijk zijn dan draagt iemand die een hoger kapitaal heeft, méér dan de anderen bij aan de winst van de vof. Dan is het zakelijk om af te spreken dat je, vóór je overgaat tot de eigenlijke winstverdeling (bijvoorbeeld fifty-fifty), rente vergoedt.

Die rente is afhankelijk van de omvang van ieders kapitaal. Hoe hoog moet het rentepercentage zijn? Je zou uit kunnen gaan van de rente die de vof aan de bank zou moeten betalen als de vof daar geld zou lenen. Je kunt ook redeneren dat het al lang mooi is dat het geld rendeert, want dat doet het de laatste tijd nauwelijks als je het op een spaarrekening zet. Maar dan vergeet je dat je als kapitaalverstrekker ook risico loopt.

In de meeste vof-fen gaat men daarom ergens tussen die twee uitersten zitten. Afhankelijk van ieders positie kan de afspraak over het rentepercentage tot wrijving leiden, zeker als het (extra) kapitaal eigenlijk niet meer nodig is. Als je zorgt voor (ongeveer) gelijke kapitalen maak je dat probleem zo klein mogelijk.

Reageren?

Heb je te maken met ongelijke kapitalen of andere vof- perikelen en kom je er, ook met dit blog, niet helemaal uit?
Bel en stel jouw vraag! Of klik hier, dan bel ik jou.

 

 

Anticiperen op nieuwe wetgeving?

Ben je ondernemer? Of particulier? Veel van de fiscale plannen van Rutte III liggen nog niet eens vast in wetsvoorstellen, maar het lijkt erop dat je belasting kunt besparen door uitgaven naar voren te trekken. Het is daarom verstandig te reserveren. Dan heb je, als na Prinsjesdag 2018/2019 duidelijk wordt wat er gaat gebeuren, de mogelijkheid in actie te komen. Op welke wetgeving kan je anticiperen?

Particulieren: hypotheekrente aftrekken tegen hoog tarief

Regeerakkoord: aftrekposten tegen laagste tarief

Iedereen weet dat je onder de huidige wetgeving het meeste profijt hebt van aftrekposten als je een hoog inkomen hebt. Als de plannen uit het regeerakkoord doorgaan kunnen aftrekposten echter met ingang van 2020 alleen nog tegen het laagste tarief (regeerakkoord: vanaf 2020 afbouw in vier jaarlijkse stappen van 3%-punt naar het basistarief van 36,93%) worden afgetrokken. Dan (maar eigenlijk nu al!) is het slim om die renteaftrekpost naar voren te halen.

Boeterente eigen woning aftrekken tegen hoog tarief

Dat is financieel erg interessant als je inkomen en je hypotheekrente nu hoog zijn. Je kunt in dat geval overwegen over te stappen naar een laag rentetarief. Bij een verandering van je rente, brengt de bank je boeterente in rekening. Als je niet kiest voor rentemiddeling, maar de boeterente ineens betaalt, kan je die boeterente ook ineens aftrekken. Tegen het nu gebruikelijke tarief als je dat vóór de wetswijziging doet. Het is niet handig voor de boeterente te lenen: als je de boeterente leent roept dat ingewikkelde exercities op in je aangifte, je mag namelijk de rente over het stukje lening dat je bent aangegaan voor de boeterente niet aftrekken. De tip is dus: reserveer om boeterente te kunnen betalen.

Wil je meer lezen over Rutte III en de eigen woning? Lees dan hier verder.

Ondernemers: for afstorten

Heb jij in het verleden for (officieel: oudedagsreserve) opgebouwd? Je kunt er voor kiezen deze for vrij te laten vallen en een lijfrente aan te kopen. Voor de vrijval van de for en de aftrek van de lijfrente geldt hetzelfde belastingtarief, daardoor loopt het fiscaal neutraal. Maar zolang de mkb-winstvrijstelling geldt, heb je een extra voordeel: de mkb-winstvrijstelling.

Mkb-winstvrijstelling

De mkb-winstvrijstelling verlaagt de vrijval van de for met 14%. Dus als je marginale tarief 51,95% (maximale tarief 2018) is, bespaar je 7% belasting over het bedrag van de vrijval.

Je kunt in principe wachten met het afstorten van lijfrentepremie tot het einde van je onderneming, maar dan weet je niet of de mkb-winstvrijstelling nog wel bestaat.

Mkb-winstvrijstelling afschaffen?

Een afschaffing van de mkb-winstvrijstelling staat niet in het regeerakkoord. Het zou echter wel een makkelijke ‘oplossing’ voor het zzp-vraagstuk kunnen betekenen. Daarom houd ik er wel rekening mee en adviseer ik er voor te zorgen dat je voldoende liquiditeit hebt om vóór 2020 je for te kunnen omzetten in een lijfrente.

Wil je meer lezen over de oudedagsreserve? Lees dan hier verder.

Dga’s: dividend uitkeren

Regeerakkoord: vpb en ab-tarief aanpassen

Het plan is om het tarief in de vennootschapsbelasting stapsgewijs te verlagen. Daartegenover staat dat het aanmerkelijk belangtarief (box 2) stapsgewijs wordt verhoogd van nu 25% naar 28,5% in 2021. Wanneer de verhoging van het aanmerkelijk belangtarief zou moeten ingaan heb ik in het kabinetsplan niet kunnen vinden, maar ik lees overal lees ik: 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021.

Overgangsregeling?

Als jij al eerder winst hebt gemaakt met je B.V. vind je het redelijk dat je die winst er tegen het huidige aanmerkelijk belang-tarief uit kunt halen. Een overgangsregeling dus. Toch is daar (nog) helemaal niet over gesproken. Dan is het misschien beter om vooruit te kijken: zorg dat je genoeg liquiditeit hebt om vóór 2020 dividend uit te keren.

Wil je meer lezen over Rutte III en de B.V.? Lees dan hier verder.

Schrik niet van de avg, gooi niet te veel weg!

De verordening gegevensbescherming (avg) wil dat we ons steeds afvragen: mag ik deze gegevens nog wel bewaren? Toch mag je ook niet te veel weggooien, want fiscaal geldt er een bewaarplicht. Hoe het zit met die bewaarplicht leg ik hieronder uit. Droge kost, maar goed om te weten!

IB-ondernemers en B.V.’s

Ondernemers zijn verplicht hun administratie tot zeven jaar na het einde van het boekjaar waarop de administratie betrekking heeft, te bewaren. Informatie over vastgoed moet je tot negen jaar na het jaar van aanschaf bewaren.

De bewaarplicht voor stukken inzake vastgoed is extra lang in verband met de herzieningstermijn in de btw. Maar het is handiger de notarisafrekening van de aankoop van je zakelijke pand steeds te bewaren. Dan weet je, als je je pand gaat verhuren, zeker of btw-belaste verhuur nog nodig is of niet.

Conclusie: je kunt de meeste facturen en bonnetjes van 2010 en ouder nu weggooien. Ben je avg-goed bezig!

Particulieren

Voor privépersonen (ook als ze zijn overleden) geldt geen wettelijke bewaarplicht. Maar ook particulieren doen er goed aan om te bewaren.

Dat geldt voor alle aangiftegegevens, zeker voor de aftrekposten, zolang de aanslag niet definitief is. Maar ook na het definitief worden van de aanslag kan bewaren heel nuttig zijn. Want een definitieve aanslag kán onder voorwaarden nog tot vijf jaar na einde belastingjaar plus uitsteltermijn worden aangepast (navordering). En als dat gebeurt wil je je natuurlijk wel kunnen verweren.

En een positievere insteek: soms blijkt dat je een aftrekpost in een eerder jaar bent vergeten. Als je dat kunt aantonen, mag je de aftrekpost nog tot vijf jaar terug claimen.

Verder is het belangrijk om je bij het weggooien van stukken af te vragen of de informatie belangrijk kan zijn voor aangiftes in de toekomst. Ik noem hieronder een paar categorieën.

Lijfrentepremie niet afgetrokken

Als je de lijfrente- of bankspaarpremie die je hebt betaald niet of niet helemaal kon aftrekken, kan je in veel gevallen in de toekomst de saldomethode gebruiken: de lijfrente-uitkeringen zijn onbelast zolang daar nog niet afgetrokken lijfrentepremie tegenover staat. En dat moet je natuurlijk aantonen.

Je bewaart daarom: betaalbewijs (bank uitdraai) van de betaling van lijfrentepremie, aangifte en definitieve aanslag (waaruit blijkt dat de aangifte is gevolgd en als dat niet het geval is: correspondentie waardoor je kan zien wat de Belastingdienst heeft aangepast).

Hypotheek nog geen 30 jaar

Vanaf 1 januari 2001 is de aftrek van hypotheekrente beperkt tot 30 jaar. Als je na 2001 hebt bijgeleend, bijvoorbeeld in verband met een verbouwing, gaat een nieuwe 30-jaarstermijn lopen. Als je dus vanaf 2031 nog hypotheekrente wilt kunnen aftrekken moet je zélf aantonen dat je met deze lening de 30-jaarstermijn nog niet hebt volgemaakt en dat je het geld hebt gebruikt voor die verbouwing.

Je bewaart: informatie over eigenwoningleningen die je vanaf 2001 bent aangegaan plus facturen inzake de verbouwing.

Hypotheekrente aantonen

En dat is natuurlijk, als je er goed over nadenkt, altijd een puntje: jij moet aantonen dat je recht hebt op hypotheekrenteaftrek, dus jij moet aantonen hoe groot je eigenwoningschuld is. En daarvoor zijn alle eerdere aan- en verkopen van woningen relevant. Dat je dat ‘altijd al’ hebt afgetrokken en dat al die aangiftes zijn geaccepteerd is geen (fiscaal acceptabel) argument.

Dus bewaar altijd: afrekening notaris inzake hypotheek en aankoop woning, facturen van verbouwingen en onderhoud plus de informatie over de lening die daarbij hoorde. Zelfs de informatie over de woningen die je vóór 1 januari 2001 hebt gehad gooi je niet weg.

Polissen eigen woning

Ook de verzekeringspolissen inzake de eigen woning zijn fiscaal relevant: jij moet aantonen dat sprake is van een kapitaalverzekering eigen woning die dus in box 1 thuishoort (gekoppeld aan eigenwoninglening) of juist van een kapitaalverzekering die vóór 14 september 1999 is afgesloten en daarom kan genieten van een vrijstelling in box 3.

Maak je fiscalist blij!

Bewaar altijd je jaarrekening, aangifte en de definitieve aanslag die daarbij hoort. Dat kan om allerlei redenen handig zijn: vermogensetikettering, toegepaste lijfrentepremieaftrek, toegepaste stakingsvrijstelling, oudedagsreserve (for), noem het maar op. Daar maak je je fiscalist (en dus jezelf!) blij mee.

 

Schenken aan de (klein)kinderen?

Ben jij ook een vermogende oudere? Misschien vraag je je af hoe je het beste met je geld om kunt gaan. De kinderen krijgen elk jaar ieder ruim € 5.000 geschonken, je betaalt het gezamenlijke weekendje weg. Maar wat als je meer wilt doen?

Schenken aan de kinderen

Je kunt er voor kiezen de kinderen méér dan het vrijgestelde bedrag (2018: € 5.363) te schenken. Daarover betalen ze dan 10% schenkbelasting, maar dat moet in veel gevallen ook als ze later van je erven. Ze betalen de belasting dan wel eerder, maar vaak is het gunstig dat het geld uit jouw box 3 weg is. Ook kan je, als je inkomen niet te hoog is, de eigen bijdrage voor de Wlz en/of Wmo beperken.

Papieren schenking

Als je vermogen vast zit in het huis of bijvoorbeeld beleggingen, kan je kiezen voor de zogenaamde papieren schenking (schenken onder schuldigerkenning). Je schenkt dan wel, maar er gaat nog geen (fysiek) geld over, je kind krijgt een vordering op jou. De schenkbelasting moet wel gewoon betaald worden. Een notariële akte is verplicht. Daar moet in staan dat je 6% rente per jaar betaalt over deze lening. Het is natuurlijk een erg hoge rente, maar dat is juist gunstig als je je geld wilt overhevelen naar de volgende generatie!

Extra mogelijkheden bij jonge kinderen

Zijn je kinderen nog jong? Voor kinderen tussen de 18 en 40 jaar wordt de vrijstelling van € 5.363 eenmalig verhoogd met een bedrag van

  • € 25.731, ongeacht waar je kind dat geld voor wil gebruiken;
  • € 53.602 voor een dure studie (kostprijs meer dan € 20.000 per jaar);
  • € 100.800 als het gaat om een schenking ten behoeve van een eigen woning.

Dit zijn de vrijgestelde bedragen in 2018. Voor de studie- en woningvrijstellingen gelden aanvullende voorwaarden. Op alle verhoogde vrijstellingen moet in de aangifte schenkbelasting een beroep worden gedaan.

Schenken aan de kleinkinderen

Kleinkinderen (en alle anderen dan kinderen) kan je jaarlijks een bedrag van ruim € 2.000 (2018: €2.147) vrijgesteld schenken. Als je je afvraagt of de kleinkinderen verantwoordelijk met dit geld om zullen gaan kan je overwegen te schenken onder voorwaarden. Bijvoorbeeld de voorwaarde dat met de schenking de studielening wordt afgelost. Dit moet je wel schriftelijk vastleggen.

Méér schenken

Je kunt het vrijgestelde bedrag schenken, maar je kunt er natuurlijk ook voor kiezen een hoger bedrag te schenken. Daarover moet dan 10% schenkbelasting worden betaald. Ook een papieren schenking (zie hierboven) is mogelijk.

Erven

Een andere mooie optie is om niet te schenken, maar je kleinkinderen te laten erven. In de erfbelasting geldt een vrijstelling van € 20.371 (2018). Je kunt die vrijstelling benutten door in je testament een legaat voor de kleinkinderen op te nemen.

Studieschuld aflossen geeft mogelijkheden

Let op: De laatste jaren worden studieschulden meegerekend bij de beoordeling hoeveel iemand mag lenen voor de aanschaf van een woning. Als de schenking of erfenis wordt gebruikt om de studieschuld (volledig) af te lossen geeft dat je kleinkind meer ruimte om een woninglening aan te gaan. Je kunt er ook voor kiezen zelf aan je kleinkind te lenen en dan bijvoorbeeld jaarlijks een stukje van de lening kwijt te schelden.

Elektrische auto: wil jij ‘m nog?

Heb jij als milieubewuste ondernemer ook een hybride auto? Bijvoorbeeld een Mitsubishi Outlander? Goed voor het milieu, en ook voor je portemonnee, want de bijtelling was 0%. Ja, ik zeg was, want de 25% korting op de bijtelling vervalt nadat er 60 maanden zijn verstreken sinds de eerste tenaamstelling van de auto. En dat is, als ‘ie op 1 oktober 2013 is afgeleverd, op 1 oktober van dit jaar!

Outlander

Als jouw Outlander op 1 oktober 2013 is afgeleverd, dan wordt ‘ie vanaf 1 oktober 2018 in één keer flink duurder. Dat komt omdat de bijtelling van 0% naar 25% gaat. Bij een cataloguswaarde van € 39.900 (dat is niet de duurste) kan dat gaan om € 5.200 per jaar.

Wijziging bijtellingspercentage

Het bijtellingspercentage wijzigt omdat de korting voor hybride auto’s maximaal 60 maanden geldt. Na afloop van die 60 maanden geldt de korting van dat moment. Die is voor de Mitsubishi van 2013 die meer dan 0% CO2 uitstoot 0%. Terwijl wel het oude algemene bijtellingspercentage van 25% blijft gelden. In totaal betaal je dus 25% -/- 0% = 25%.

Wat kun je doen?

Als je de bijtelling van 25% over de catalogusprijs van je auto wilt voorkomen, moet je in actie komen vóór het hogere bijtellingspercentage ingaat. Wat kan je doen?

  • De auto inruilen.
  • Je B.V. de auto aan jezelf laten verkopen.
  • Als je als eenmanszaak onderneemt: de etikettering van de auto wijzigen van zakelijk naar privé. Wijziging is mogelijk als je de auto niet langer zakelijk gebruikt, dus als je de functie van de auto in je onderneming aanpast. Voor auto’s van voor 1 juli 2012 zijn de mogelijkheden tot heretikettering ruimer, raadpleeg je adviseur!
  • Bewijzen dat je minder dan 500 privé-km’s op jaarbasis rijdt met de auto. Let op: je moet het hele kalenderjaar een kilometeradministratie bijhouden, ook als de bijtelling pas op 1 oktober hoger wordt.

 

Regel bij scheiding ook je fiscaliteit

Bij een scheiding verdeel je de bezittingen, maak je afspraken over de zorg voor de kinderen en of en hoeveel alimentatie betaald zal worden. Vaak vraag je advies aan een advocaat. Die weet immers welke verplichtingen er zijn en hoe je de alimentatie berekent. Maar er spelen ook fiscale vragen bij een scheiding.

Hypotheekrenteaftrek kan doorlopen

Veel mensen weten dat hypotheekrenteaftrek mogelijk is na scheiding, ook al woon je niet meer in de eigen woning. Blijft je ex-partner in de eigen woning wonen? Dan kan jij toch nog twee jaar jouw deel van de hypotheekrente aftrekken. Je telt dan ook jouw deel van het eigenwoningforfait bij. Jouw deel van het forfait is vervolgens als alimentatie bij jou aftrekbaar en wordt als alimentatie belast bij je ex-partner die (gratis) is blijven wonen.

Let op: het moet wel gaan om een schuld op jouw naam, waarvoor je de rente ook zelf betaalt. En er kunnen meer dingen spelen waardoor de hypotheekrenteaftrek toch opeens niet aftrekbaar is. De eigen woningregeling is ingewikkeld!

Er zijn meer fiscale aandachtspunten

Er zijn meer fiscale punten die belangrijk zijn bij een scheiding, zoals:

  • Afspraken maken bij een scheiding kan lastig zijn. Dan kom je misschien op een andere verdeling van bezittingen of pensioen/lijfrente dan fifty/fifty. Een dergelijke uitruil kan worden gekwalificeerd als alimentatie, afkoop of schenking, met alle fiscale gevolgen van dien. Ruil daarom geen zaken uit waar een verschillend fiscaal regime voor geldt.
  • Als je partneralimentatie ontvangt moet je die aangeven en als je partneralimentatie betaalt mag je die aftrekken. Het kabinet is van plan aftrekposten waaronder alimentatie in de toekomst alleen aftrekbaar te laten zijn tegen het laagste belastingtarief. Spreek je daarom nu vast af dat de alimentatie dan wordt aangepast?
  • Als ontvanger van partneralimentatie mag je de kosten die je maakt voor het vaststellen van de alimentatie aftrekken. Vraag daarom je advocaat op de factuur aan te geven welk deel van de factuur daarop betrekking heeft. Helaas, degene die partneralimentatie betaalt kan de advocaatkosten voor de vaststelling van de alimentatie niet aftrekken.
  • In principe eindigt het fiscaal partnerschap als je niet meer op hetzelfde adres staat ingeschreven én een echtscheidingsverzoek hebt ingediend. Je mag er ook voor kiezen het hele jaar fiscaal partner te blijven, dat kan soms voordelig zijn. Willen jullie dat onderzoeken? Hoe ga je vervolgens het voordeel van het fictieve partnerschap verdelen?
  • Wie moet de belastingaanslagen betalen over de periode dat jullie nog getrouwd waren? En wat spreek je af voor als er een hogere aanslag komt dan je verwacht?

Convenant checken

Scheiden is lastig, ook fiscaal. Het is daarom aan te raden de afspraken die je maakt door een belastingadviseur te laten beoordelen. Laat je convenant checken!

Blog: lang boekjaar? Collega’s, let op!

Het is weer aangiftetijd. Ook de tijd om uitstel aan te vragen. Vóór 1 april vragen wij als adviseurs uitstel voor de aangiftes van het afgelopen jaar, het beconuitstel. Als je te maken hebt met een B.V. met een lang boekjaar, let dan op collega’s! Wat is er aan de hand?

B.V. met lang boekjaar

Ik kreeg een nieuwe aangifteklant, een B.V. De B.V. was op 19 december 2014 opgericht en het boekjaar liep van 19 december 2014 tot en met 31 december 2015. Net iets langer dan een jaar dus. De vorige adviseur had uitstel voor de aangifte vennootschapsbelasting 2015 gevraagd. Best logisch als je bedenkt dat er alleen winst 2015 in de jaarrekening werd verantwoord.

Winst aangeven in het 1e kalenderjaar

Maar de klant had niets aan dat uitstel. Sterk nog, het werd niet verleend, want er was geen biljet. Waarom? Omdat sprake was van een lang boekjaar, moest de winst 2014/2015 als winst 2014 worden aangegeven.

Ik heb nergens kunnen vinden waarom dat zo is. Alleen dat het in de inkomstenbelasting precies andersom is… En dat het ook de enige manier om deze winst in de aangiftesoftware te kunnen invoeren.

En dan ben je te laat

Voor de aangifte 2014 was geen uitstel gevraagd. En dat was ook niet meer mogelijk toen ik in 2017 de jaarrekening 2014/2015 kreeg om aangifte te doen. De B.V. kreeg een fikse boete, € 2.639!

Wie had het kunnen weten?

Klant had een brief van de Belastingdienst gekregen over het indienen van de aangifte 2014. Maar die brief had hij niet doorgestuurd naar zijn adviseur. Hij had de brief opgevat als de normale aankondiging dat aangifte moest worden gedaan. Net zoals in de jaren daarvoor zou zijn adviseur hiervoor automatisch uitstel regelen, toch? Een heel logische gedachte, vind ik. Maar de gedachte van mijn collega om uitstel 2015 te vragen vind ik ook niet vreemd. Maar logisch of niet, zo gaat het wel mis. Hoe voorkom je dat?

Tip: vraag het juiste uitstel

De tip is natuurlijk: lang boekjaar: let op! Als je bij een lang boekjaar verwacht niet voor de reguliere aangiftedatum (zal vaak 1 juni zijn) aangifte kunt doen, let dan op bij het vragen van uitstel. In paragraaf 4.1.1. van de beconregeling lees ik dat je bij een lang boekjaar dat eindigt op 31 december, uitstel moet vragen met de softwareversie van het jaar waarin het boekjaar begint. Let op dat je de juiste begin- en einddatum van het boekjaar vermeldt!

Reageren?

Heb je te maken met een lang boekjaar en kom je er, ook met dit blog, niet helemaal uit?
Bel en stel jouw vraag! Of klik hier, dan bel ik jou.

Voorkom belastingrente

Heeft jouw B.V. veel winst gemaakt in 2017? Is de voorlopige aanslag te laag geweest? Dien dan een verzoek voorlopige aanslag in. De belastingrente voor aanslagen vennootschapsbelasting is namelijk 8%. Ook inkomstenbelasting-ondernemers en particulieren kunnen besparen door tijdig een voorlopige aanslag te vragen.

Belastingrente is de rente op belastingaanslagen. Je moet belastingrente betalen op je aanslag 2017 als die aanslag ná 1 juli 2018 wordt opgelegd. Omdat de rente vrij hoog is, altijd minimaal 8% op aanslagen vennootschapsbelasting en minimaal 4% op aanslagen inkomstenbelasting, is het verstandig vóór 1 mei om een voorlopige aanslag te vragen. Dan betaal je geen rente als de Belastingdienst de gegevens uit het verzoek volgt.

Als je een teruggaaf verwacht kan het ook zinvol zijn een voorlopige aanslag te vragen. Je krijgt namelijk alleen in uitzonderlijke gevallen rente uitbetaald.

Door je aangifte snel in te dienen beperk je de belastingrente natuurlijk ook!

De B.V. in?

Denk je over de B.V.? Vroeger werd er altijd gesproken over een ‘omslagpunt’, bij € 80.000 moest je de B.V. in. Zo’n algemeen geldend omslagpunt bestaat eigenlijk niet. Maar bij hoge winsten kan de B.V. wel voordeliger zijn dan de eenmanszaak of vof. Dit geldt als je jezelf een laag salaris kunt toekennen, en de winst lange tijd in de onderneming kunt laten zitten. Hoe zit dat?

Voordeel uitstel belastingheffing

Als je in de B.V. onderneemt krijg je salaris en dat wordt belast met inkomstenbelasting (2018 max 51,95%). Het deel van winst dat je in de B.V. kunt laten zitten wordt slechts belast met vennootschapsbelasting (2018: 20/25%). Pas als je het aan jezelf uitkeert als dividend wordt het belast met aanmerkelijk belangheffing (2018: 25%).

Als je jezelf niet veel salaris hoeft uit te keren omdat je salariswens niet zo hoog is én het gebruikelijk loon niet hoog is, kan je veel geld in je B.V. laten zitten en stel je dus veel aanmerkelijk belangheffing uit. Je kunt dan investeren met geld van de fiscus terwijl een bank je het geld misschien niet zou lenen!

Andere fiscale voordelen van de B.V.

De B.V. heeft ook allerlei andere voordelen. Beperking van aansprakelijkheidsrisico en de status die de B.V. oplevert zijn de bekendste, maar er is meer.

  • Innovatiebox toepassen kan tot nu toe alleen in de B.V.
  • Als je holding een werkmaatschappij verkoopt hoef je, als je de holdingstructuur tijdig tot stand hebt gebracht, geen vennootschapsbelasting te betalen en kan je de volledige verkoopprijs opnieuw investeren. Natuurlijk moet je, als je de winsten uiteindelijk aan jezelf uitkeert, wel aanmerkelijk belangheffing betalen.
  • Aan het eind van je ondernemerschap kan je voordeel behalen met de B.V. Je kunt afrekenen over stakingswinst uitstellen door je onderneming vóór de verkoop de B.V. in te brengen. Zo kan je je pand verhuren zonder dat je moet afrekenen over de meerwaarde in het pand. Als je je onderneming inclusief pand verkoopt, kan je vaak ook overdrachtsbelasting besparen.
  • Je kunt ook je eigenwoningfinanciering regelen via je B.V. Of beleggen in de B.V., scheelt box 3-heffing!

Leg je intentie nu vast

Als je denkt over de B.V. dan is 1 april 2018 een belangrijke datum. Omdat je, als je voor die datum een intentieverklaring tekent en goed laat vastleggen bij de Belastingdienst, de balans van 1 januari 2018 kunt gebruiken bij je ruisende of geruisloze inbreng. En je dus al wat eerder geniet van de voordelen die daarbij horen. Als je voor 1 oktober 2018 een intentieverklaring tekent kan je die terugwerkende kracht ook krijgen, maar alleen als je kiest voor een geruisloze inbreng.

Zo heb je tijd om te kiezen

Overigens gaat het hier niet om een definitieve keuze voor de B.V. Je geeft met de intentieverklaring of voorovereenkomst aan dat je van plan bent om je rechtsvorm te wijzigen, maar het is ook mogelijk om van dat plan af te zien. Zo is er tijd om te rekenen en weloverwogen keuzes te maken.

 

Aangiftetijd!

Als ik je aangifte maak, zorg ik altijd voor becon-uitstel. We hebben dan tot 1 mei 2019 de tijd om de aangifte 2017 klaar te maken. Maar het is fijn als het klaar is, daarom streef ik ernaar de meeste aangiftes in december 2018 klaar te hebben.

Doe je zelf je aangifte? Neem dan de tijd om de door de Belastingdienst vooringevulde gegevens goed te controleren, want fouten komen zeker voor. En kijk ook of je aftrekposten kunt benutten, want dat doet de Belastingdienst niet! Als je verwacht dat je 1 mei niet haalt, vraag dan vóór 1 mei uitstel aan. Je krijgt dan tijd tot 1 september. Dat uitstel geldt ook voor het aanvragen van toeslagen, behalve voor de kinderopvangtoeslag.