Korting op je aanslag

Het is weer de tijd van de voorlopige aanslagen. Voorlopige aanslagen 2019 mag je in elf maandtermijnen betalen. Je krijgt betalingskorting als je zorgt dat het hele bedrag van de aanslag (min de betalingskorting natuurlijk) op 28 februari op de bankrekening van de Belastingdienst staat.

Bij een aanslag van € 2.000 krijg je een korting van € 33. Dat is 4% rendement, flink meer dan je op een spaarrekening krijgt. Dus, als je het geld hebt liggen en de komende tijd niet nodig hebt: betaal de hele aanslag ineens vóór 28 februari.

 

Schrik niet van de avg, gooi niet te veel weg!

De verordening gegevensbescherming (avg) wil dat we ons steeds afvragen: mag ik deze gegevens nog wel bewaren? Toch mag je ook niet te veel weggooien, want fiscaal geldt er een bewaarplicht. Hoe het zit met die bewaarplicht leg ik hieronder uit. Droge kost, maar goed om te weten!

IB-ondernemers en B.V.’s

Ondernemers zijn verplicht hun administratie tot zeven jaar na het einde van het boekjaar waarop de administratie betrekking heeft, te bewaren. Informatie over vastgoed moet je tot negen jaar na het jaar van aanschaf bewaren.

De bewaarplicht voor stukken inzake vastgoed is extra lang in verband met de herzieningstermijn in de btw. Maar het is handiger de notarisafrekening van de aankoop van je zakelijke pand steeds te bewaren. Dan weet je, als je je pand gaat verhuren, zeker of btw-belaste verhuur nog nodig is of niet.

Conclusie: je kunt de meeste facturen en bonnetjes van 2011 en ouder nu weggooien. Ben je avg-goed bezig!

Particulieren

Voor privépersonen (ook als ze zijn overleden) geldt geen wettelijke bewaarplicht. Maar ook particulieren doen er goed aan om te bewaren.

Dat geldt voor alle aangiftegegevens, zeker voor de aftrekposten, zolang de aanslag niet definitief is. Maar ook na het definitief worden van de aanslag kan bewaren heel nuttig zijn. Want een definitieve aanslag kán onder voorwaarden nog tot vijf jaar na einde belastingjaar plus uitsteltermijn worden aangepast (navordering). En als dat gebeurt wil je je natuurlijk wel kunnen verweren.

En een positievere insteek: soms blijkt dat je een aftrekpost in een eerder jaar bent vergeten. Als je dat kunt aantonen, mag je de aftrekpost nog tot vijf jaar terug claimen.

Verder is het belangrijk om je bij het weggooien van stukken af te vragen of de informatie belangrijk kan zijn voor aangiftes in de toekomst. Ik noem hieronder een paar categorieën.

Lijfrentepremie niet afgetrokken

Als je de lijfrente- of bankspaarpremie die je hebt betaald niet of niet helemaal kon aftrekken, kan je in veel gevallen in de toekomst de saldomethode gebruiken: de lijfrente-uitkeringen zijn onbelast zolang daar nog niet afgetrokken lijfrentepremie tegenover staat. En dat moet je natuurlijk aantonen.

Je bewaart daarom: betaalbewijs (bank uitdraai) van de betaling van lijfrentepremie, aangifte en definitieve aanslag (waaruit blijkt dat de aangifte is gevolgd en als dat niet het geval is: correspondentie waardoor je kan zien wat de Belastingdienst heeft aangepast).

Hypotheek nog geen 30 jaar

Vanaf 1 januari 2001 is de aftrek van hypotheekrente beperkt tot 30 jaar. Als je na 2001 hebt bijgeleend, bijvoorbeeld in verband met een verbouwing, gaat een nieuwe 30-jaarstermijn lopen. Als je dus vanaf 2031 nog hypotheekrente wilt kunnen aftrekken moet je zélf aantonen dat je met deze lening de 30-jaarstermijn nog niet hebt volgemaakt en dat je het geld hebt gebruikt voor die verbouwing.

Je bewaart: informatie over eigenwoningleningen die je vanaf 2001 bent aangegaan plus facturen inzake de verbouwing.

Hypotheekrente aantonen

En dat is natuurlijk, als je er goed over nadenkt, altijd een puntje: jij moet aantonen dat je recht hebt op hypotheekrenteaftrek, dus jij moet aantonen hoe groot je eigenwoningschuld is. En daarvoor zijn alle eerdere aan- en verkopen van woningen relevant. Dat je dat ‘altijd al’ hebt afgetrokken en dat al die aangiftes zijn geaccepteerd is geen (fiscaal acceptabel) argument.

Dus bewaar altijd: afrekening notaris inzake hypotheek en aankoop woning, facturen van verbouwingen en onderhoud plus de informatie over de lening die daarbij hoorde. Zelfs de informatie over de woningen die je vóór 1 januari 2001 hebt gehad gooi je niet weg.

Polissen eigen woning

Ook de verzekeringspolissen inzake de eigen woning zijn fiscaal relevant: jij moet aantonen dat sprake is van een kapitaalverzekering eigen woning die dus in box 1 thuishoort (gekoppeld aan eigenwoninglening) of juist van een kapitaalverzekering die vóór 14 september 1999 is afgesloten en daarom kan genieten van een vrijstelling in box 3.

Maak je fiscalist blij!

Bewaar altijd je jaarrekening, aangifte en de definitieve aanslag die daarbij hoort. Dat kan om allerlei redenen handig zijn: vermogensetikettering, toegepaste lijfrentepremieaftrek, toegepaste stakingsvrijstelling, oudedagsreserve (for), noem het maar op. Daar maak je je fiscalist (en dus jezelf!) blij mee.

 

Blog: Pensioen? Doen!

Het heeft al zo vaak in de krant gestaan dat je het vanzelf gaat geloven: zzp-ers doen niet aan pensioen. Veel belangrijker is natuurlijk: wat doe jij?

Niets? Dus alleen AOW is voor jou voldoende? Of mag het wel ietsje meer zijn? Wil je een goed rendement en zeker weten dat het geld op jouw pensioendatum echt klaarligt? Banksparen kan je al gauw 3,3% en misschien wel 4,0% of zelfs 6,2% rendement opleveren. Lees verder!

Rendement banksparen beter

Rendementen vergelijken

Je zoekt natuurlijk naar de meest voordelige partij om je geld onder te brengen. Op het moment dat ik dit artikel actualiseer zie ik dat voor banksparen voor een vaste periode van tien jaar 1,3% rente wordt gegeven. Een gewone spaardeposito voor tien jaar levert 1,35% op en een gewone spaarrekening ongeveer 0,3%. Maar dat is bruto. Wat is je netto rendement?

Banksparen

Je opent een bankspaarrekening en stort daar € 2.000 op. Omdat dit bedrag aftrekbaar is, investeer je veel minder. Dit werkt zo: als je in 2017 een winst hebt gehad van € 27.000 (vóór zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling), dan kun je in de aangifte 2018 ongeveer € 2.000 aan premie aftrekken. Je krijgt dan € 731 terug van je storting, je investering is dus € 1.269. Maar als je inkomen in 2018 hoger is, levert die aftrek meer op.

Bij een vaste rente van 1,3% heb je na 10 jaar € 2.276 op je bankspaarrekening staan. Hierover moet je belasting betalen. Als je niet heel veel inkomen hebt naast je AOW betaal je € 522 en houdt je netto €1.753 over.

Je netto rendement is bij een laag inkomen: investering € 1.269, opbrengst € 1.753, dat is een toename van 3,3% per jaar. En als je inkomen in 2018 hoger is, is je rendement 4,0% of zelfs 6,2%!

Let op: Je moet bij het openen van de bankspaarrekening kosten betalen, helaas. Ik reken op ongeveer € 200. Als je maar één jaar spaart drukken die kosten zwaar op je rendement. Maar als je echt een pensioenpot wilt opbouwen spaar je een flink aantal jaren op de bankspaarrekening. Daarom heb ik de kosten niet meegenomen bij de rendementsberekening.

pensioensparen

Gewoon sparen

Je kunt hetzelfde bedrag, dus € 1.269, ook gewoon sparen. Als je dat 10 jaar wilt doen, geeft een deposito van 10 jaar je het beste rendement. Bij een dergelijk deposito krijg je 1,35% en betaal je jaarlijks je box 3-heffing (ik reken met het laagste tarief in 2018: 0,6%). Dan heb je na 10 jaar € 1.359. Dat is een netto rendement van 0,7%.

Als je niets doet en die € 1.269 op een gewone spaarrekening laat staan, krijg je op die rekening een rente van zo’n 0,3%. Dit is lager dan de belastingheffing in box 3. Dus je netto rendement is negatief.

Regel het nu!

Bankspaarpremies zijn aftrekbaar in het jaar waarin je de premie betaalt. Hoeveel je maximaal kunt aftrekken in je aangifte 2018 is afhankelijk van je inkomen in 2017. Laat dus nu uitrekenen hoeveel je kunt aftrekken en stort nog voor het einde van het jaar! Als je jaarlijks (of nog beter: maandelijks) stort bouw je vrijwel ongemerkt een extra spaarpot op!

Feiten over banksparen

  • Je kunt het geld niet zomaar van je rekening halen, je krijgt het als lijfrente uitgekeerd. Nadeel én voordeel.
  • Bij langdurige arbeidsongeschiktheid kan je wel eerder opnemen. Al tast dat natuurlijk wel je pensioenpot aan.
  • Het depositogarantiestelsel geldt ook voor bankspaarrekeningen.

 

Bespaar belasting met een voorziening

Weet je zeker dat je in 2019 bepaalde grote uitgaven moet doen? Dan kan je je winst over 2018 misschien nu al verlagen door een voorziening te vormen. Voorzieningen worden de komende jaren extra interessant. Lees waarom dat is en hoe je belasting kunt besparen met een voorziening.

Belasting uitstellen of belasting besparen door gebruik te maken van tariefverschillen

Door een voorziening te vormen stel je belastingheffing uit, altijd fijn. Omdat het tarief in de inkomstenbelasting en ook in de vennootschapsbelasting oploopt naarmate je meer winst hebt, is het nog fijner om bij hoge winsten een voorziening te vormen.

De komende jaren worden de tarieven in de inkomstenbelasting én vennootschapsbelasting lager en heb je dus minder plezier van je aftrekposten dan nu. Een extra reden om nu (of volgend jaar) een voorziening te vormen.

Wanneer kan je een voorziening vormen?

Voor bepaalde kosten is het mogelijk ze op een eerder moment af te trekken, door ze als voorziening voor toekomstige kosten op te nemen.

Dat kan als je in de toekomst uitgaven moet doen die hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2018 of eerder. De toekomstige uitgaven moeten bovendien zijn toe te rekenen aan 2018 of eerder. Het moet redelijk zeker zijn dat je die uitgaven ook gaat doen.

Deze voorwaarden zijn in de praktijk niet altijd even gemakkelijk toe te passen. Maar bij grote kostenposten is het zeker de moeite waard!

Een paar voorbeelden

  • Een aannemer heeft dit jaar ingeschreven voor een werk. Hij krijgt dat werk omdat hij de laagste inschrijver was. Hij weet echter dat hij voor een te laag bedrag heeft ingeschreven en dat hij verlies zal lijden op het werk. Hij kan voor dit verlies een voorziening
  • Een asbestbedrijf voorziet dat werknemers een schadeclaim zullen indienen. Voor die schade kan de ondernemer een voorziening vormen ‘indien een redelijke mate van zekerheid bestaat’ dat de kosten worden
  • Een boer had aan het einde van het jaar meer mest dan hij op zijn eigen land mocht uitrijden. Daarom moest hij de mest bij derden afzetten, waarvoor hij kosten moest maken. De boer kon een voorziening vormen omdat de bedrijfsuitoefening in dat ene jaar ‘noodzakelijkerwijze leidde tot kosten’ in een volgend
  • Een fabrikant van bakstenen had verklaard dat hij ook in de toekomst een bijdrage zou leveren aan de sanering van deze bedrijfstak. Die verklaring was voldoende om een voorziening te mogen vormen.

Box 3: kan jij besparen?

Betaal jij belasting in box 3? Kijk dan nu hoe je box 3 er op 1 januari 2019 uit zal zien. Meer dan het heffingvrij vermogen dan € 30.000 per persoon? Dan kan je belasting besparen!

Kleine dingetjes

Je kunt wat kleine dingetjes doen zoals niet rood staan op 1 januari, belasting- en andere schulden betalen vóór 1 januari. Zo voorkom je toepassing van de schuldendrempel van € 3.000 per persoon en omzeil je de uitsluiting van de aftrek van belastingschulden.

Ook helpt het een klein beetje als je vlak voor 1 januari € 1.000 in contanten opneemt. Want voor geld, chipkaarten en cadeaubonnen geldt voor jou en je partner een vrijstelling van € 527 per persoon.

Begrafenisverzekering

Een begrafenisverzekering werkt fiscaal ook voordelig uit. Een kleine besparing, maar als je dit nu regelt bespaar je vanaf nu elk jaar weer!

Hoe het werkt? In box 3 geldt een vrijstelling voor zogenaamde koopsom begrafenisverzekeringen waarvan het verzekerd bedrag lager is dan € 7.033.

Stel, de koopsom voor zo’n verzekering is voor jou en je partner ieder € 4.500. Door deze verzekering af te sluiten bespaar je de box 3-heffing over € 9.000. Dus bespaar je, gerekend met het laagste box 3-tarief, € 80 per jaar.

Let op: op internet wordt de koopsom-begrafenisverzekering niet ruim aangeboden. Je moet dus wel flink zoeken of je verzekeringstussenpersoon raadplegen.

Eigen woning aflossen

Hoogstwaarschijnlijk kost je hypotheek netto meer dan je spaargeld, zeker in een volle box 3, oplevert. Aflossen is dan voordelig. En als je de hypotheek (bijna) volledig aflost, heb je nu ook nog het voordeel dat je nauwelijks of geen eigen woningforfait hoeft bij te tellen.

Maar het is niet iets wat je zomaar moet doen, want de rente van een nieuwe lening is alleen aftrekbaar als je het geld besteedt aan onderhoud of verbetering van de woning. En het is ook niet handig als tegenover de hypotheek een kapitaalverzekering staat.

Bijstorten op de kapitaalverzekering

Als jij bijstort op je kapitaalverzekering krijg je feitelijk de rente op je kapitaalverzekering als rente op je spaargeld. Let op: dit kan niet onbeperkt, je moet rekening houden met de bandbreedte-eis. Vraag je bank/verzekeraar hiernaar.

Pensioensparen

Als je stort op een bankspaarrekening creëer je een pensioenpotje buiten box 3. Dit levert een aantrekkelijke aftrekpost op als je een hoog inkomen hebt, maar kan ook interessant zijn bij een laag inkomen. Bereken hoeveel premie aftrekbaar is en reken je rendement uit. Voor- én nadeel is dat je het geld voorlopig niet kunt opnemen. Opnemen bij arbeidsongeschiktheid is wel mogelijk.

Open een ‘zakelijke’ spaarrekening

Als je het geld dat je nodig hebt voor belastingaanslagen, toekomstige investeringen of buffer voor mindere tijden op een spaarrekening zet kan je die spaarrekening op je ondernemingsbalans zetten. Zo betaal je bij de huidige rente- en belastingtarieven minder belasting dan in box 3. Overigens kan dit niet onbeperkt: blijvend overtollig kasgeld hoort wél in box 3.

Let op: spaarrekeningen die door de bank gekoppeld worden aan je zakelijke bankrekening leveren vaak nog minder rente op dan ‘gewone’ spaarrekeningen. Maar zo’n gewone spaarrekening werkt fiscaal net zo goed. Alleen het telebankieren is wat lastiger.

Nettolijfrente

Als je inkomen hoger is dan € 105.075, dan kunt je je vermogen gebruiken voor het kopen van een zogenaamde nettolijfrente. Voor een nettolijfrente geldt een vrijstelling in box 3. Kijk wel naar het rendement.

Groenfondsen

Je kunt je geld beleggen in groenfondsen. Groene beleggingen zijn tot € 57.845 per persoon vrijgesteld. Kijk ook hier goed naar het rendement. 

B.V. of fonds voor gemene rekening

Als je beschikt over een groot box 3-vermogen, maar een laag rendement behaalt, kan je je vermogen waarschijnlijk beter onderbrengen in een B.V. of een zogenaamd open fonds voor gemene rekening.

Belastingheffing vindt dan plaats in box 2 en is gebaseerd op daadwerkelijk behaald rendement. Dit is bij een laag rendement aantrekkelijker dan belastingheffing in box 3. Omdat je rekening moet houden met  de kosten van de B.V. of het fonds voor gemene rekening is dit aantrekkelijk bij grotere vermogens.

Schenken

Op familieniveau kan je wellicht ook besparen door te schenken aan je kinderen. Als je box 3 flink vol zit en je kinderen geen of minder box 3-vermogen hebben kan je door schenken als familie inkomstenbelasting besparen. Verder kunnen veel families door te schenken erfbelasting besparen. Lees meer>

Bij alle genoemde mogelijkheden geldt dat het belangrijk is goed te (laten) onderzoeken wat in jouw situatie precies de mogelijkheden zijn.

BLOG-Vof: wat is een ingroei-regeling, en wanneer kun je die gebruiken?

Het klinkt nogal fysiek, maar is gewoon fiscaal. Het is een manier om ineens afrekenen over stille reserves bij het vormen van een vof te voorkomen. Wil je weten hoe het werkt?

Let op als je van je eenmanszaak een vof maakt

Als je een vof start door je eenmanszaak met z’n tweeën te gaan runnen, of je vof uitbreidt met een extra compagnon, moet je afspraken maken over de in de onderneming aanwezige stille reserves. Stille reserves zijn aanwezig als de werkelijke waarde van de activa op je ondernemingsbalans hoger is dan de boekwaarde van die spullen, of als spullen helemaal niet op de balans staan:

-een pand of een ander bedrijfsmiddel dat in waarde is gestegen en/of flink is afgeschreven;

-activa die niet op de balans staan, bijvoorbeeld een product dat je zelf hebt ontwikkeld of goodwill.

Wat gebeurt er fiscaal?

Als je je eenmanszaak als vof voortzet, betekent dat fiscaal dat je je onderneming deels aan je compagnon verkoopt. Als het winstaandeel van je compagnon 50% is, dan draag je de helft van je onderneming over aan je compagnon. Dus moet je over de helft van de stille reserves belasting betalen.

Voorkom belasting betalen door genot/huur in te brengen of door een voorbehoud

Je kunt belasting betalen voorkomen door de stille reserves niet in te brengen, maar alleen het genot van de activa. Of de spullen te verhuren. Je kan er, afhankelijk van de soort activa (bij goodwill kan dat niet), ook voor kiezen om de spullen wél in te brengen, maar de huidige stille reserve voor te behouden.

Bij de toekomstige verkoop van het betreffende bedrijfsmiddel is de winst tot maximaal het voorbehoud dan alleen voor jou. De rest van de waardeontwikkeling komt voor rekening van de vof. Een waardedaling is in deze methode echter ook alleen voor jou. Let goed op de formulering van het voorbehoud, want als je een vast bedrag afspreekt moet je alsnog afrekenen!

Cijfervoorbeelden voorbehoud

-Een pand staat voor € 150.000 op de balans, maar is € 200.000 waard. De stille reserve en ook het maximale voorbehoud is dus € 50.000. Stel dat het pand bij verkoop € 240.000 waard is en de boekwaarde dan € 140.000 is. De winst op het pand is dan dus € 100.000. De eerste € 50.000 (het voorbehoud) is voor de inbrenger. De andere € 50.000 deel je in de vof.

– Hetzelfde voorbeeld, maar nu wordt het pand voor € 180.000 verkocht. De winst op het pand is dus € 40.000. Door de werking van het voorbehoud is die winst helemaal voor de inbrenger.

Voorkom belasting betalen door een ingroeiregeling

Als je het prettiger vindt om de spullen gezamenlijk te hebben, en ook de waardeontwikkeling helemaal voor gezamenlijke rekening te laten komen, dan kan je natuurlijk belasting betalen. Maar je kunt ook kiezen voor een ingroeiregeling. Met deze methode kan je ook voorkomen dat je ineens moet afrekenen over goodwill.

Hoe werkt een ingroeiregeling?

Bij een ingroeiregeling krijgt de toetreder aanvankelijk een lager winstpercentage en de inbrenger een hoger winstpercentage. Na een afgesproken periode gelden zakelijke winstverdelingspercentages. Voor het geval de vof onverhoopt al voor het einde van de ingroeiperiode eindigt, spreek je de berekeningsmethode voor een vergoeding ineens af.

Cijfervoorbeeld ingroeiregeling

Waarschijnlijk is een winstverdeling 50/50 reëel. Als de waarde van de goodwill € 50.000 is en je een jaarwinst van € 100.000 begroot, dan zou je kunnen kiezen voor een ingroeiregeling waarbij de winst de eerste vijf jaar 55/45 wordt verdeeld. Zo komt er vijf keer 5% van waarschijnlijk € 100.000 extra naar de inbrenger toe.

De toetreder krijgt dus de eerste vijf jaar een 5% lager winstaandeel dan wat jullie eigenlijk reëel vinden. Zo betaalt hij voor de stille reserve. Hij krijgt dus een steeds groter aandeel in het bedrijf: hij groeit erin!

Voor- en nadelen ingroeiregeling

Voordeel van deze methode is dat de goodwill of spullen gemeenschappelijk worden. Dat is vaak beter te begrijpen dan een voorbehoud. Gemakkelijk is het ook: er is geen fiscale afrekening bij de inbrenger en geen afschrijving bij de toetreder. Maar wel een goed omschreven afspraak in het vof-contract. Voordeel is ook dat geen financiering nodig is.

Nadeel is vooral de onzekerheid: de inbrenger weet niet hoeveel hij eigenlijk krijgt voor z’n stille reserve en de toetreder weet niet hoeveel hij betaalt, dat is immers afhankelijk van de omvang van de winst.

De dividendbelasting blijft, wat zijn de gevolgen voor ondernemers?

Na veel Haags gesteggel is besloten de plannen van Prinsjesdag aan te passen: de dividendbelasting wordt toch niet afgeschaft. Voor inwoners van Nederland is dividendbelasting niet zo interessant: het is een voorheffing die je weer verrekent met de te betalen inkomstenbelasting. Maar (vpb-)ondernemers merken wel iets van deze wijziging! Lees meer>

Door de afschaffing niet door te laten gaan, komt geld vrij. Het geld wordt, als het huidige wetsvoorstel wet wordt, besteed in de B.V.-sfeer. Hierna bespreek ik wat jij hiervan kunt merken.

Tarief vennootschapsbelasting

Het vennootschapsbelastingtarief is nu 20% (mkb-tarief) en 25% (normale tarief). Het mkb-tarief zou stapsgewijs omlaag naar 16% in 2021. Door het niet-afschaffen van de dividendbelasting gaat het nu stapsgewijs omlaag naar 15% in 2021. Het normale vpb-tarief zou met ingang van 2019 stapsgewijs worden verlaagd, maar dat gebeurt nu voor het eerst in 2020. Uiteindelijk gaat het normale tarief naar 20,5% in 2021.

Rekening-courantmaatregel

In de wetsvoorstellen van Prinsjesdag stond het niet, maar wel in een brief van de minister aan de Tweede Kamer: als je meer dan € 500.000 van je B.V. leent, dan wordt het meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang aangemerkt.

Deze zogenaamde rekening-courantmaatregel was nog niet eens in een wetsvoorstel opgenomen, maar wordt nu al weer verzacht: in plaats van alleen bestaande eigenwoningschulden worden alle, dus zowel bestaande als ook nieuwe, eigenwoningschulden uitgezonderd van de afbouwverplichting van rekening-couranten en andere leningen.

Beperking afschrijving

Op dit moment geldt een beperking bij het afschrijven op vastgoed. Vastgoed in eigen gebruik mag je afschrijven tot op 50% van de WOZ-waarde, overig vastgoed tot op 100% van de WOZ-waarde.

Met ingang van 2019 zou de afschrijving op vastgoed in de B.V. altijd slechts tot 100% van de WOZ-waarde mogelijk zijn. Deze Prinsjesdag-wijziging krijgt nu een overgangsregeling. Als een gebouw vóór 1 januari 2019 in gebruik is genomen en er nog geen drie jaar op is afgeschreven, mag worden afgeschreven tot het pand drie jaar in gebruik is, de 100%-WOZ-waarde geldt dus niet als ondergrens.

Beperking verliesverrekening

In de Prinsjesdag-plannen voor 2019 was ook het beperken van verliesverrekening opgenomen. Deze plannen zijn niet gewijzigd door het afschaffen van de dividendbelasting. Voor de volledigheid neem ik dit voorstel toch op.

Verliesverrekening in de B.V. wordt vanaf 2019 beperkt: verliezen kunnen worden verrekend met winst van het voorafgaande jaar en de zes volgende jaren. Tot nu toe kan negen jaar vooruit worden verrekend.

Geen globaal evenwicht, dus eerder de B.V. in

Het tarief in box 2 (aanmerkelijk belangtarief) gaat stapsgewijs omhoog van 25% nu en in 2019 naar 26,9% in 2021. Dit Prinsjesdag-voorstel wordt niet verder aangepast.

Mooi, zou je denken. Maar er is wel iets geks aan de hand. Want we kennen in Nederland het zogenaamd globaal evenwicht: het maakt voor de te betalen belasting niet veel uit of je als ib-ondernemer onderneemt of als dga. Nu het vennootschapsbelastingtarief verder omlaag gaat en het aanmerkelijk belang-tarief niet verder omhoog, wordt ondernemen in de vpb dus voordeliger! Volgens de nu voorgestelde tarieven gaat het om een verschil van 6%.

De Raad van State adviseerde de regering om óf het aanmerkelijk belang-tarief te verhogen óf uit te leggen waarom ze dat niet doet. Het kabinet heeft inmiddels gezegd dat ze dit bewust doet om ondernemers tegemoet te komen. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen. Wat zal de Eerste Kamer hier van vinden?

Schenken bespaart belasting en meer

Schenken biedt niet alleen plezier in het geven, maar ook belastingvoordeel. Als je box 3 flink vol zit en je kinderen minder box 3-vermogen hebben, kan je door schenken als familie inkomstenbelasting besparen. Verder kunnen heel veel families door schenken erfbelasting besparen. Hoe dat werkt?

Betaalt je kind erfbelasting over je erfenis, ga dan schenken

Hoe groot is de erfenis die je kinderen na jouw overlijden ontvangen? Over een erfenis tot €20.371 (2018) betaalt je kind geen erfbelasting. Maar als de te verwachten erfenis groter is, dan kan je overwegen nu vast te schenken: je mag jaarlijks €5.363 belastingvrij schenken en je hoeft van die schenking geen aangifte te doen. Zo kun je eenvoudig door eenmalig of jaarlijks belastingvrij te schenken, belastingheffing over een deel van de toekomstige erfenis voorkomen.

Betaalt je kind veel erfbelasting over je erfenis, ga dan méér schenken

De erfbelasting bedraagt 10% over de eerste €123.248, over het meerdere betaalt je kind 20%. Als de te verwachten erfenis per kind groter is dan de vrijstelling plus de 10%-schijf (dus samen ruim €140.000) kan je overwegen meer te schenken dan alleen het belastingvrije bedrag van €5.363. Het meerdere kost 10% schenkbelasting (tot €123.248 in 2018), waardoor je over de schenking 10% bespaart. Afhankelijk van je vermogen kan je zo flink wat erfbelasting besparen.

Bespaar niet alleen erfbelasting maar ook zorgbijdrage

Door schenken kan je niet alleen belasting besparen, maar ook de mogelijke eigen bijdrage in de zorg. Veel ouderen hebben daarom liever niet te veel geld in box 3. Als je veel geld in box 3 hebt, dan moet je als je wordt opgenomen in een verzorgingshuis, een hogere eigen bijdrage betalen dan iemand zonder box 3. Schenken kan box 3 verkleinen en daardoor de eigen bijdrage voor de Wlz en/of de Wmo beperken. Het is dan wel zaak tijdig te beginnen met schenken!

Dit geldt vooral voor mensen die naast hun AOW geen of een klein pensioen hebben. Het verkleinen van box 3 heeft geen invloed heeft op de eigen bijdrage Wlz/Wmo voor iemand die een relatief hoog pensioen heeft, dan kan de eigen bijdrage volledig uit het pensioen worden betaald. Onderzoek dus wat in jouw situatie wijs is.

Dga-salaris en managementfee: check ze nu

Directeur-grootaandeelhouder (dga), is jouw salaris hoog genoeg? Voor je uitgaven en ook volgens de regels van het gebruikelijk loon? En hoe zit het met de managementfee die de holding ontvangt? Dit is hét moment om salaris en managementfee te checken en zo fiscale problemen te voorkomen.

Wat ga je doen?

Als je niet uitkomt met je salaris kan je twee dingen doen: bezuinigen of zorgen voor meer geld in privé. Spreekt bezuinigen je niet aan? Dan kan je kiezen tussen geld lenen van je B.V. (rekening-courant-opname), dividend uitkeren of salaris en/of bonus verhogen. Wat wijs is, is afhankelijk van je situatie, maar in elk geval is het verstandig actie te ondernemen nu het jaar nog niet voorbij is.

Gebruikelijk loon verplicht

Let op: indien je partner ook in de B.V. werkt, moet hij of zij ook een gebruikelijk loon ontvangen. Jouw dga-salaris en ook het salaris van je partner moet tenminste een ‘gebruikelijk’ loon zijn. Als jullie salarissen niet hoog genoeg zijn, is het verschil ‘fictief loon’. Fictief loon wordt net zo belast met loonheffing als gewoon loon. Maar fictief loon wordt behandeld als informele kapitaalstorting, is dus niet aftrekbaar en daardoor onaantrekkelijk. Bovendien loop je boeterisico.

Het is daarom verstandig je salaris regelmatig te checken. Het gebruikelijk loon is gelijk aan het hoogste van drie bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meestverdienende werknemer;
  • €45.000.

Bij parttime werken kan een lager salaris aannemelijk zijn. Als het gebruikelijk loon op jaarbasis lager is dan €5.000 kan salaris achterwege blijven. Verder zou ik checken of je met het op die manier berekende salaris (min jouw aftrekposten) de 40,85%-schijf wel vol maakt. Immers, als de B.V. minder salaris betaalt en dus meer winst maakt betaal je onder de huidige tarieven 20% vpb plus 25% ab-heffing (dus per saldo 40%). In dat geval willen de meeste dga’s liever wat meer geld in privé.

Pas snel je salaris aan

Als je tot de conclusie komt dat je te weinig salaris uitkeert, kom dan snel in actie, je kunt nu nog een hoger salaris laten verlonen. Leg altijd een onderbouwing van het loon in je dossier. Zo voorkom je boetes zo veel mogelijk. Je kunt ook overleggen met de Belastingdienst over je loon, dan voorkom je ook dat fictief loon in aanmerking wordt genomen.

Pas ook de managementfee aan

Als de holding een hoger salaris moet uitkeren, moet de managementfee die de werkmaatschappij betaalt waarschijnlijk ook omhoog. Dit is het juiste moment om te checken of de managementfee toereikend is voor alle kosten in de holding. Het zou jammer zijn als de holding verlies maakt terwijl de werkmaatschappij vennootschapsbelasting moet betalen.

Geef periodiek aan je favoriete anbi

Geef jij aan Amnesty, je kerk of een andere anbi? Giften aan anbi’s kan je aftrekken in je aangifte. Wel geldt er een drempel van 1% van het verzamelinkomen van jou en je partner. Pas als je meer geeft dan het drempelbedrag heb je daadwerkelijk aftrek. Je kan er voor zorgen dat je de hele gift kunt aftrekken. Hoe?

Voor periodieke giften geldt de giftendrempel niet. Als je met je anbi afspreekt dat je minimaal vijf jaar schenkt is sprake van een periodieke gift. Eerder moest je die afspraak vastleggen in een notariële akte, maar dat kan nu ook met een formulier dat je vindt op de site van de Belastingdienst (overeenkomst periodieke gift in geld).

Als je dus met elk van de anbi’s waaraan je schenkt zo’n overeenkomst sluit, is de giftendrempel op jouw giften niet van toepassing. Een mooi voordeeltje voor jou. Of, als je je anbi wat meer geeft dan eerder, voor je anbi. Regel het nu, dan is je voordeel in 2019 het grootst.