Box 3: maak tijdig bezwaar!

Betaal je belasting in box 3? Lees dan verder! Op 6 juni jl. heeft de Hoge Raad weer uitspraken gedaan over box 3-zaken. Mogelijk is het ook voor jou zinvol om bezwaar te maken, doe dat tijdig!

Wat hier aan vooraf ging

Met het kerstarrest van 24 december 2022 maakte de Hoge Raad duidelijk dat box 3 wetgeving zoals wij van 2017 tot en met 2022 kenden juridisch niet acceptabel was. Het forfaitaire rendement van 4% moest worden vervangen door het werkelijke rendement op het box 3-vermogen.

Financiën reageerde hierop met nieuwe wetgeving, de Wet rechtsherstel box 3 (2017-2022) en de Overbruggingswet box 3 (zou gelden tot nieuwe box 3-wetgeving in zou gaan). Hierin wordt gewerkt met afzonderlijke forfaitaire rendementen voor bankrekeningen, andere beleggingen (zoals aandelen en vastgoed) en schulden.

Voor spaarders wordt hiermee het werkelijk rendement redelijk benaderd. Voor beleggers in aandelen en vastgoed is dit niet het geval. Er wordt immers uitgegaan van één forfaitair rendement, terwijl in de praktijk grote verschillen in rendement optreden.

Hoge Raad 6 juni 2024

De Hoge Raad zegt in deze nieuwe arresten nogmaals dat moet worden uitgegaan van het werkelijk rendement. Voor zover het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het forfaitaire rendement moet rechtsherstel plaatsvinden.

Daarbij moet het gehele box 3-vermogen (met inbegrip van banktegoeden, maar zonder aftrek van het heffingvrije vermogen) in de berekening worden betrokken. Met het positieve of negatieve rendement in andere jaren wordt geen rekening gehouden. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie en ook niet met kosten. Alleen rente is aftrekbaar. Zo wil de Hoge Raad toch zoveel mogelijk aansluiten bij het stelsel in box  3.

Wat betekent dit voor aandelen- en vastgoedbezitters?

Rekenen! Alleen zo weet je of het forfait hoger uitkomt dan de werkelijke opbrengst en of het zinvol is om bezwaar te maken.

Al zal je bij dat rekenen, zeker bij vastgoed, al snel tegen praktische problemen aanlopen. Wat is de opbrengst van een vakantiewoning in eigen gebruik? Hoe bepaal je de waarde van het vastgoed? En ook: geen kosten mogen aftrekken lijkt niet bepaald redelijk als het om vastgoed gaat. Dan ga je toch nadenken of bepaalde uitgaven als investering of verbetering kunnen worden gezien.

Zijn er ook gevolgen voor box 3-spaarders?

De Hoge Raad vindt dat de forfaitaire regeling voor spaarders goed werkt. Maar ook dat de box 3-heffing maximaal over het werkelijk rendement mag worden geheven. Dat zou dus betekenen dat, als je alleen bank- en spaartegoeden hebt, en over 2023 minder dan 0,92% rente hebt ontvangen, dit forfaitaire percentage bij jou niet mag worden toegepast. Verder zou het kunnen zijn dat het forfaitaire percentage, omdat het pas achteraf wordt vastgesteld, sowieso niet mag worden gehanteerd, maar ook daarover is nog geen duidelijkheid.

Advies: stel je rechten veilig, maak tijdig bezwaar

Voor iedereen die, gezien de uitspraken van de Hoge Raad, over een te hoog rendement belasting betaalt is het aan te bevelen om tijdig bezwaar te maken. Dat betekent dat je binnen zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag een brief stuurt naar de Belastingdienst.

Zorg voor gelijke kapitalen in de vof

Werk jij samen in een vof of maatschap? Grote kans dat jouw kapitaal niet gelijk is aan dat van je collega of collega’s. Het is ook bijna niet mogelijk om de kapitalen exact gelijk te houden. Maar als je er over denkt om je vof-aandeel over te dragen, adviseer ik ervoor te zorgen dat de kapitalen wel ongeveer gelijk zijn. Waarom?

Eerst wat theorie: wat is eigenlijk kapitaal?

Kapitaal is het bedrag dat overblijft als je van de boekwaarde van de bezittingen (activa) op de balans de boekwaarde van de schulden (passiva) op de balans aftrekt. Als je samenwerkt in een personenvennootschap (vennootschap onder firma, maatschap of cv, verder kortweg: vof) behoort het kapitaal toe aan de verschillende vennoten. Je ziet het op de balans staan onder de post eigen vermogen of kapitaal.

Ook theorie: hoe verdeel je het kapitaal?

Deze verdeling heeft niets te maken met de winstverdeling (bijvoorbeeld fifty-fifty), maar is een rekensom: de waarde van de inbreng plus de winsten (of minus de verliezen) minus de opnamen (of plus de stortingen). Het gaat dus om jouw aandeel in het zichtbare vermogen van de vof.

Overdragen vof-aandeel

Als je als vennoot in een vof een flink hoger kapitaal hebt dan de anderen, stuit je waarschijnlijk op problemen als je je vof-aandeel wilt overdragen.  Immers, de toetreder moet niet alleen goodwill en een normaal aandeel in het kapitaal financieren, maar méér. Dat beperkt het aantal overname kandidaten.

Vaak zal het voor de andere vennoten niet mogelijk zijn om bij zo’n overname ineens wat extra kapitaal te storten. Beter is het dus om voor te sorteren en het kapitaal gelijk te houden. Of gelijk te maken. Of, als een uittreden gepland is en de overblijvende vennoot alleen verder gaat, nog een stap verder te gaan en vast te zorgen voor minder kapitaal voor de uittreder.

Maar er is nog een reden om te willen kiezen voor gelijke kapitalen.

 

Rentevergoeding

Als de kapitalen niet gelijk zijn dan draagt iemand die een hoger kapitaal heeft, méér dan de anderen bij aan de winst van de vof. Dan is het zakelijk om af te spreken dat je, vóór je overgaat tot de eigenlijke winstverdeling (bijvoorbeeld fifty-fifty), rente vergoedt.

Die rente is afhankelijk van de omvang van ieders kapitaal. Hoe hoog moet het rentepercentage zijn? Je zou uit kunnen gaan van de rente die de vof aan de bank zou moeten betalen als de vof daar geld zou lenen. Je kunt ook redeneren dat het al lang mooi is dat het geld rendeert, want ook al krijg je tegenwoordig weer rente op je spaarrekening, veel is het niet. Maar dan vergeet je dat je als kapitaalverstrekker ook risico loopt.

In de meeste vof-fen gaat men daarom ergens tussen die twee uitersten zitten. Afhankelijk van ieders positie kan de afspraak over het rentepercentage tot wrijving leiden, zeker als het (extra) kapitaal eigenlijk niet meer nodig is. Als je zorgt voor (ongeveer) gelijke kapitalen maak je dat probleem zo klein mogelijk.

Reageren?

Heb je te maken met ongelijke kapitalen of andere vof- perikelen en kom je er, ook met dit blog, niet helemaal uit?
Bel en stel jouw vraag! Of klik hier, dan bel ik jou.

 

 

B.V. verkopen, wat zijn de fiscale gevolgen?

Heb jij een B.V.? Of meerdere? En weet je hoe de belastingheffing loopt als je je onderneming verkoopt? Ik krijg daar regelmatig vragen over. Wil jij het ook weten?

Eén B.V.: aandelentransactie

Als je één B.V. hebt, en je verkoopt die B.V., dan betaal je aanmerkelijk belangheffing (ab-heffing). Het tarief is op dit moment (2024) 24,5% over de eerste € 67.000 (2* € 67.000 bij fiscale partners). Over het meerdere betaal je 33%.

Meerdere B.V.’s: aandelentransactie

Als je een holding hebt met daaronder één of meer werkmaatschappijen en je verkoopt zo’n werkmaatschappij, dan betaal je niets. Deze transactie valt onder de deelnemingsvrijstelling. Dat is precies waarom het aantrekkelijk is om verschillende activiteiten in verschillende B.V.’s onder te brengen. Na de verkoop met toepassing van de deelnemingsvrijstelling blijft de volledige verkoopopbrengst in de holding achter en kan je er voor kiezen daarmee weer een nieuwe activiteit te starten.

Let bij zo’n aandelenverkoop op dat je de verkoopkosten niet aftrekt. Omdat de opbrengsten onder de deelnemingsvrijstelling vallen, zijn de kosten ook niet aftrekbaar en dat wil wel eens voor verwarring zorgen.

Activa/passiva verkopen uit de B.V.

Veel kopers willen geen B.V. kopen. Ze zijn bang voor ‘lijken in de kast’ en kopen liever de losse activa en passiva. In zo’n geval betaalt de B.V. vennootschapsbelasting over de boekwinst bij verkoop. Het tarief is in 2024: 19% over de eerste € 200.000,  25,8% over het meerdere.

Het is jammer voor jou als verkoper dat je vennootschapsbelasting moet betalen, maar je kan dan wel een hogere verkoopprijs bedingen. Want bij een activa/passiva transactie kan de koper afschrijven over de goodwill en de andere stille reserves die hij koopt.

Verkoopopbrengst naar privé halen

Als je na één van de hiervoor genoemde verkopen besluit om de verkoopopbrengst naar privé te halen ontvang je dividend. Vóór je het dividend uitkeert moet je de balans- en uitkeringstest doen. Bij uitkering van dividend houd je 15% dividendbelasting in. De dividenduitkering wordt vervolgens belast met 24,5% ab-heffing (over de eerste €67.000 of 2*€ 67.000) en 33% over het meerdere, waarbij de dividendbelasting als voorbelasting wordt verrekend. Je betaalt per saldo dus 24,5%  (en mogelijk ook deels 33%) ab-heffing.

 

Let op

De deelnemingsvrijstelling geldt alleen als de B.V.-structuur tijdig tot stand is gebracht. Regel de holdingstructuur daarom drie dan wel zes jaar vóór de geplande bedrijfsoverdracht.

Als verkoop van aandelen binnen drie jaar na geruisloze inbreng/bedrijfsfusie plaatsvindt moet de belastingplichtige aantonen dat de herstructurering niet heeft plaatsgevonden in het zicht van verkoop. Voor uitzakken binnen fiscale eenheid geldt een wachttijd van zes jaar of onder voorwaarden drie jaar.

Let ook op als onroerend goed in de onderneming aanwezig is: na herstructurering moet rekening worden gehouden met een wachttermijn van drie jaar voor de overdrachtsbelasting.

Staken? Lijfrente!

Heb jij in 2023 je onderneming gestaakt? En moet je daarom inkomstenbelasting betalen? Bijvoorbeeld doordat de verkoopprijs van je bedrijfspand hoger is dan de boekwaarde, of doordat je een oudedagsreserve (voorheen FOR) hebt gevormd? Denk dan aan het storten van lijfrente- of bankspaarpremie.

Als je vóór 1 juli 2024 stort kan je de storting in mindering laten komen op je stakingswinst. Je stelt dan de belastingheffing niet alleen uit, maar je rekent waarschijnlijk ook af tegen een lager tarief. Wil je meer weten? Lees dan mijn blog.

Help, ik staak m’n zaak!

Denk je regelmatig aan stoppen? Meer tijd voor hobby’s, kleinkinderen en vakanties? Soms is het ineens zover. Je buurman doet een mooi bod op je pand. Weet jij dan wat stoppen financieel betekent?

Leuke dingen doen kost geld

Stoppen is één ding, maar heb je daarna wel geld voor leuke dingen?

  • Hoeveel levert de verkoop van je bedrijf op? Of de verkoop van losse onderdelen?
  • En hoeveel belasting ga je daarover betalen?

Belasting of lijfrentepremie betalen

Als de verkoopprijs van je pand hoger is dan de boekwaarde moet je inkomstenbelasting betalen. Dat geldt ook als je andere zaken verkoopt: goodwill en inventaris bijvoorbeeld. Ook over de oudedagsreserve (voorheen FOR) moet je afrekenen.
Dat gaat flink in de papieren lopen, want met de gewone jaarwinst erbij betaal je over je stakingswinst al snel 49,5%. En over het geld dat je daarna overhoudt betaal je ook nog eens elk jaar box 3-heffing.
Je kunt er ook voor kiezen het bedrag van de stakingswinst als lijfrente te storten bij een bank of verzekeraar. En als je tijdig plannen maakt voor je staking kan je zo’n lijfrente ook afspreken met je eigen B.V. Zo betaal je veel later én minder belasting. Hoe dat precies werkt lees je hierna.

Lijfrente is vaak erg voordelig

  • Als je lijfrentepremie stort betaal je geen inkomstenbelasting over je stakingswinst.
  • Je betaalt pas belasting als je lijfrente-uitkeringen ontvangt:
    • Je spaart of belegt dus met geld van de fiscus;
    • Meestal heb je dan een lager inkomen en betaal je geen 49,5%;
    • Als AOW-er met een box-1 inkomen tot € 38.098 betaal je zelfs slechts 19,07%.
  • De lijfrente hoort in box 1, je betaalt dus geen box 3-heffing over de opbrengst van je onderneming.

Ben je net gestopt? Regel je lijfrente nu!

Lijfrentepremies zijn aftrekbaar in het jaar waarin je de premie betaalt. Voor stakingslijfrentes geldt een ruimere regeling: als je in 2023 bent gestaakt, mag je aftrekken in 2023 als je vóór 1 juli 2024 hebt betaald.
Als je je bedrijf of praktijk net verkocht hebt, bekijk dan nú of een stakingslijfrente iets voor jou is!

Denk je over stoppen? Maak een plan!

Denk je al een tijdje over stoppen? Maak je plannen concreet en kijk vooraf hoe jouw staking financieel uitpakt. En hoe je belasting bespaart. Dat geeft je rust en duidelijkheid.

Reageren?

Denk jij erover je bedrijf te verkopen? Heb je hierover vragen of wil je advies?
Bel en stel jouw vraag! Of klik hier, dan bel ik jou.

Voorkom belastingrente: kom ook vóór 1 mei in actie als je al een voorlopige aanslag box 3 hebt!

Heeft jouw B.V. veel winst gemaakt in 2023? Is de voorlopige aanslag te laag geweest? Dien dan vóór 1 juni een verzoek voorlopige aanslag in. Inkomstenbelasting-ondernemers en particulieren kunnen belastingrente voorkomen door vóór 1 mei een voorlopige aanslag te vragen.

Box 3

Tot zover niets nieuws. Wat wel nieuw is, is dat je nu ook moet opletten met belastingrente als je een voorlopige aanslag had voor je box 3 vermogen. De forfaitaire rendementspercentages voor bank- en spaartegoeden en voor schulden zijn namelijk pas na afloop van het jaar bekend. De percentages voor 2023 zijn flink hoger dan aanvankelijk gedacht. En dus ook hoger dan de percentages waarmee bij het opleggen van voorlopige aanslagen rekening is gehouden. Dus als je je voorlopige aanslag niet wijzigt, moet je niet alleen bijbetalen op je definitieve aanslag, maar ook belastingrente betalen.

Belastingrente

Belastingrente is de rente op belastingaanslagen. De belastingrente is sinds 1 januari 2024 10% (tot 1 januari 2024 8%) op aanslagen vennootschapsbelasting en 7,5% (tot 1 januari 2024 4%) op aanslagen inkomstenbelasting. Je moet belastingrente betalen op je aanslag 2023 als die aanslag ná 1 juli 2024 wordt opgelegd. Daarom is het verstandig vóór 1 mei om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting (of vóór 1 juni een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting) te vragen. Dan betaal je geen rente als de Belastingdienst de gegevens uit het verzoek volgt.

Voor iedereen met een box 3-voorlopige aanslag: het is op dit moment niet duidelijk of de Belastingdienst een hogere voorlopige aanslag 2023 oplegt als je hetzelfde vermogen opgeeft als bij de eerdere voorlopige aanslag. Het is daarom veilig om in je wijzigingsverzoek een iets hoger vermogen aan te geven.

Door je aangifte snel in te dienen beperk je de belastingrente natuurlijk ook!

Geen uitbetaling belastingrente

Als je een teruggaaf verwacht kan het ook zinvol zijn een voorlopige aanslag te vragen. Je krijgt namelijk alleen in uitzonderlijke gevallen rente uitbetaald.

Aftrek specifieke zorgkosten voor studenten

In de aangiftetijd kom je ‘m overal tegen: de belastingtip om toch vooral te denken aan de ‘aftrek specifieke zorgkosten’. Jammer genoeg levert die echter vrijwel nooit iets op. Maar in een specifieke situatie toch wel: studenten!

Aftrek ziektekosten werkt meestal niet

Aftrekbaar is een beperkt rijtje ziektekosten, waaronder niet vergoede tandartskosten, hoorapparaten, steunzolen, reisvaccinaties, diëten en vervoerskosten naar hulpverleners, zie de lijst op de site van de Belastingdienst.

Er geldt een drempel die afhankelijk is van je inkomen. De drempel is minimaal € 149, maar al gauw een paar duizend euro. Alleen het bedrag dat na aftrek van de drempel overblijft, is aftrekbaar.

Dit betekent dat je om in aanmerking te komen voor aftrek, een laag inkomen moet combineren met veel ziektekosten. Dus dat je eigenlijk blij moet zijn dat je geen recht hebt op aftrek ziektekosten. Al is er soms wel een oplossing: zorgen dat je die dure tandartsbehandeling in één jaar afrondt en zo mogelijk nog combineert met andere aftrekbare ziektekosten van jou of je fiscaal partner.

Aftrek ziektekosten geeft studenten een tegemoetkoming specifieke zorgkosten

Toch zag ik in de aangifte van mijn dochter dat aftrek ziektekosten wel mooi uitpakte: ze is student met bijbaantje en had tandartskosten en reisvaccinaties betaald. Zij kreeg door aangifte te doen geen teruggaaf loonbelasting, maar wel een zogenaamde tegemoetkoming in de specifieke zorgkosten. Een meevallertje!
Let op: het is belangrijk dat de student zelf zijn/haar zorgkosten betaalt. De tegemoetkoming geldt alleen als je een positief belastbaar inkomen hebt, dus niet voor studenten zonder bijbaan.

 

Toch de B.V. in?!

IB-ondernemer blijven of de B.V. in? Met de wijzigingen van de tarieven in de inkomstenbelasting is het slim opnieuw te kijken naar de rechtsvorm van je onderneming. Wat is er veranderd? Lees verder en onderneem eventueel vóór 1 april actie!

Tariefswijzigingen

Het tarief in de vennootschapsbelasting is ongewijzigd: 19% voor winsten tot en met € 200.000 en 25,8% voor winsten daarboven. Het aanmerkelijk belangtarief over ‘kleine’ dividenduitkeringen is lager geworden: 24,5% over uitkeringen tot en met € 67.000/€ 134.000 voor fiscaal partners, 33% daarboven (2023: 26,9%).

Al met al wordt de belastingdruk op B.V.-winsten, het gecombineerde vpb/ab tarief lager. Bij het lage vennootschapsbelastingtarief was het gecombineerde tarief in 2023 40,79%, nu is het 38,85% (rekening houdend met het lage aanmerkelijk belangtarief).

Ook in de inkomstenbelasting wijzigen de tarieven: het hoogste inkomstenbelastingtarief blijft 49,5%, maar omdat de mkb-winstvrijstelling daalt van 14% (2023) naar 13,31% (2024) stijgt het toptarief voor ondernemers licht: van 44,33% (2023) naar 44,58% (2024).

B.V. voordeliger dan eenmanszaak

Deze tariefswijzigingen betekenen dat de B.V. goedkoper wordt. Bij hogere winsten was de B.V. al goedkoper dan de eenmanszaak, maar het tariefsverschil is nu bijna 6%. Het heeft dan ook zeker nut om te berekenen hoe groot het belastingvoordeel in jouw situatie is.

Ook voordelig: lenen van de Belastingdienst

Die 6% verschil in belastingheffing is mooi, maar als je geld in de B.V. kunt laten zitten heb je meer voordeel. Dat werkt als volgt.

Als je in de B.V. onderneemt krijg je salaris en dat wordt belast met inkomstenbelasting (2024: max 49,5%). Het deel van de winst dat je in de B.V. kunt laten zitten, wordt belast met vennootschapsbelasting (2024: 19/25%). Pas als je die winst aan jezelf uitkeert als dividend betaal je ook aanmerkelijk belangheffing (2024: 24,5% over de eerste € 67.000/134.000, 33% over het meerdere).

Als je jezelf niet veel salaris hoeft uit te keren omdat je salariswens niet zo hoog is én het gebruikelijk loon niet hoog is, kan je geld in je B.V. laten zitten en stel je dus aanmerkelijk belangheffing uit. Je kunt dan investeren met geld van de fiscus terwijl een bank het geld misschien niet zou lenen!

Andere voordelen

De B.V. heeft ook andere voordelen. Beperking van aansprakelijkheidsrisico en de status die de B.V. oplevert zijn de bekendste, maar er is meer.

  • Innovatiebox toepassen kan tot nu toe alleen in de B.V.
  • Als je holding een werkmaatschappij verkoopt hoef je, als je de holdingstructuur tijdig tot stand hebt gebracht, geen vennootschapsbelasting te betalen en kan je de volledige verkoopprijs opnieuw investeren. Natuurlijk moet je, als je de winsten uiteindelijk aan jezelf uitkeert, wel aanmerkelijk belangheffing betalen.
  • Aan het eind van je ondernemerschap kan je voordeel behalen met de B.V. Je kunt afrekenen over stakingswinst uitstellen door je onderneming vóór de verkoop de B.V. in te brengen. Zo kan je je pand verhuren zonder dat je moet afrekenen over de meerwaarde in het pand. Als je je onderneming inclusief pand verkoopt, kan je vaak ook overdrachtsbelasting besparen.
  • Je kunt ook je eigenwoningfinanciering regelen via je B.V. Ook kan je ervoor kiezen te beleggen in de B.V.

Leg je intentie nu vast

Als je denkt over de B.V. dan is 1 april 2024 een belangrijke datum. Omdat je, als je voor die datum een intentieverklaring tekent en goed laat vastleggen bij de Belastingdienst, de balans van 1 januari 2024 kunt gebruiken bij je ruisende of geruisloze inbreng. Zo geniet je eerder van de voordelen die daarbij horen. Als je voor 1 oktober 2024 een intentieverklaring tekent kan je die terugwerkende kracht ook krijgen, maar alleen als je kiest voor een geruisloze inbreng.

Zo heb je tijd om te kiezen

Overigens gaat het hier niet om een definitieve keuze voor de B.V. Je geeft met de intentieverklaring of voorovereenkomst aan dat je van plan bent om je rechtsvorm te wijzigen, maar het is ook mogelijk om van dat plan af te zien. Zo is er tijd om te rekenen en weloverwogen keuzes te maken.

 

Schenking? Aangifte!

Van een schenking van maximaal €6.035 (vrijstelling ouders/kinderen 2023) en van een schenking van maximaal €2.418 (vrijstelling algemeen 2023) hoef je geen aangifte te doen. Als de schenking belast is of als je een beroep wilt doen op bijvoorbeeld de eenmalig verhoogde vrijstelling (‘grote schenking’) moet je wél tijdig aangifte doen.

Over die ‘grote schenking’: in 2023 konden ouders hun kinderen tussen 18 en 40 jaar €6.035 + €28.947 belastingvrij schenken. Dit laatste bedrag werd verhoogd tot €60.298 als het meerdere werd besteed aan een dure studie.

Je aangifte schenkbelasting moet voor 1 maart van het jaar ná de schenking bij de Belastingdienst binnen zijn. Je kunt de aangifte digitaal doen. Als je dit vóór 1 maart aanvraagt, kan je vijf maanden uitstel krijgen. Maar je kan de aangifte natuurlijk ook direct na de schenking doen.

 

Inventariseer hoe je box 3 er op 1 januari 2023 uit ziet en wijzig dit indien nodig

De stand van je box 3 op 1 januari 2023 is bepalend voor jouw aanslag inkomstenbelasting 2023. Naar verwachting geldt op 1 januari nieuwe box 3-wetgeving. Deze wetgeving geldt tot en met 2025, daarna verwacht men over te gaan naar een systeem op basis van werkelijk rendement.

 

Nieuw systeem voor de jaren 2023 tot en met 2025

Drie vermogenscategorieën

In het nieuwe systeem wordt het box 3-vermogen gesplitst in drie vermogenscategorieën:

  1. banktegoeden (waaronder deposito’s en contanten);
  2. overige bezittingen (waaronder aandelen, obligaties, opties, beleggingsvastgoed, tweede woning, vorderingen, cryptovaluta en aandelen in een reservefonds van de VvE);
  3. schulden.

Stap 1: forfaitair rendement

Voor elk van deze drie categorieën geldt een verschillend forfaitair rendement. Het forfaitaire rendement op overige bezittingen is voor 2023 vastgesteld op 6,17%. De forfaitaire rendementen op banktegoeden en schulden worden pas na afloop van 2023 vastgesteld, de meest recente schatting is op dit moment: 0,36% (sparen) en 2,57% (schulden).

Stap 2: rendementspercentage = forfaitair rendement/box 3 vermogen

Het totale forfaitaire rendement gedeeld door je box 3 vermogen (vóór aftrek van het heffingvrij vermogen) heet het rendementspercentage.

Stap 3: voordeel box 3 = rendementspercentage * (box 3 vermogen -/- heffingvrij vermogen)

Dit rendementspercentage vermenigvuldig je met het box 3 vermogen na aftrek van het heffingvrij vermogen. Dit is het voordeel in box 3.

Stap 4: box 3-heffing = voordeel box 3 * tarief

Dit bedrag vermenigvuldig je met het tarief: 32% voor 2023.

Al met al een ingewikkelde rekensom. Met de voorbeelden hierna wordt het duidelijker.

 

Dit betekent het nieuwe systeem voor jouw box 3-heffing

Spaargeld nauwelijks belast, aandelen en vastgoed zwaarder belast

Het nieuwe systeem betekent dat spaarrekeningen nauwelijks nog worden belast. Aandelen en vastgoed daarentegen worden relatief zwaar belast (belasting ca 2% van de waarde). Schulden geven een aftrek op de te betalen belasting van ca 0,8% van het bedrag van de schuld.

Box 3-heffing beperken mogelijk

En dan ook meteen het goede nieuws: je kunt je box 3-heffing beperken door het forfaitair rendement te drukken en door de heffingsgrondslag te verlagen. Hoe dit werkt bespreek ik hierna bij de voorbeelden en in de paragraaf ‘Dit kan je doen’.

 

Voorbeeld: beleggen met vreemd vermogen

Omdat we gewend waren dat bezittingen en schulden werden gesaldeerd en naar één tarief belast, heeft het nieuwe systeem onverwachte gevolgen voor beleggen met vreemd vermogen.

Zie hier het voorbeeld van een stel met een vakantiewoning. Tot vorig jaar stond hun vermogen volledig op een spaarrekening: € 200.000. Als dat nog steeds zo zou zijn, zouden ze maar € 99 betalen.

Maar nu hebben ze een spaarrekening van € 100.000, een vakantiewoning waard € 300.000 en een schuld van € 200.000. Ze betalen in 2023 € 1.889 box 3-heffing.

Box 3-heffing verlagen

Als ze € 86.000 van hun spaarrekening inbrengen in hun B.V., wordt hun heffingsgrondslag €0 en betalen ze geen box 3-heffing.

 

Voorbeeld: laagrentende belegging

In dit voorbeeld hebben ouders € 75.000 spaargeld én € 300.000 geleend aan hun zoon tegen een rente van 2,5%. Dat was destijds aantrekkelijk voor beide partijen, want de ouders kregen meer rente dan ze op een spaarrekening zouden krijgen en zoon kreeg zonder kosten een goedkope lening. Ze betalen in 2023 € 4.183 aan box 3-heffing.

Box 3-heffing verlagen

Voor de belastingheffing van de ouders zou het mooi zijn als zoon de lening zou kunnen oversluiten bij een bank. Dan hebben de ouders € 375.000 spaargeld in box 3, hun forfaitair rendement wordt dus veel lager en ze betalen daarom nog maar € 301 aan box 3-heffing.

Als de ouders de vordering inbrengen in hun B.V. besparen ze € 4.183 aan box 3-heffing. Doordat hun resterende vermogen € 75.000 is, wordt de heffingsgrondslag €0.

Een laatste optie is schenken. Als de zoon niet ouder is dan 39 kunnen ze (alleen) dit jaar nog gebruik maken van de grote vrijstelling voor het aflossen van woningen, de jubelton. Als de lening € 100.000 lager wordt, wordt het forfaitair rendement lager en betalen de ouders nog € 2.362 box 3-heffing.

Deze opties kunnen ook worden gecombineerd.

 

Dit je kan je doen als je overige bezittingen hebt

Als je niet alleen spaargeld hebt, wil je met ingang van 2023 waarschijnlijk anders met je box 3-vermogen om gaan. Je kunt je box 3-heffing beperken door de het forfaitair rendement te drukken en door de heffingsgrondslag te verlagen. Daarvoor heb ik de volgende tips.

 

Forfaitair rendement drukken

Je kunt de verhouding sparen/beleggen wijzigen richting meer sparen:

  • laag renderende beleggingen verkopen en opbrengst op een bankrekening zetten;
  • laagrentende vorderingen opeisen en op een bankrekening zetten;
  • hoog renderende beleggingen tijdelijk omzetten in spaargeld (let op: hier geldt een arbitragetermijn van drie maanden);
  • spaargeld inlenen, bijvoorbeeld van je eigen B.V.

Het forfaitair rendement wordt ook lager als je leningen aflost uit beleggingsvermogen.

 

Heffingsgrondslag verlagen

Als je vermogen lager is dan het heffingvrij vermogen (€ 57.000 per persoon op 1 januari 2023) dan betaal je ondanks een hoog forfaitair rendement op je vermogen in het geheel geen box 3-heffing.

Daarom is het vooral heel interessant om je heffingsgrondslag te drukken, liefst naar € 0.

Dat kan eigenlijk alleen door vrij agressieve methoden toe te passen: transacties met je eigen B.V. (storten in B.V., lenen van B.V.) en door te schenken.

Tot en met 31 december van dit jaar kan je € 106.671 belastingvrij schenken aan personen van 18 tot 40 jaar: de jubelton. Dit geld moet benut worden voor de aanschaf of verbouwing van een eigen woning of het aflossen van een eigenwoning schuld. Als er nog geen eigen woning is, kan je een klein bedrag schenken en de rest volgend jaar. Maar dan helpt het weer niet voor jouw box 3 van dit jaar.

 

Let op verrekenbedingen

We waren gewend dat bezittingen en schulden worden gesaldeerd en naar één tarief belast. Dit betekent dat onderlinge vorderingen en schulden tussen echtgenoten niet zichtbaar waren in de aangifte. Per 1 januari 2023 is dat dus wel het geval. Het is dus belangrijk verrekenbedingen uit huwelijksvoorwaarden werkelijk uit te rekenen en mee te nemen in je box 3-planning.

 

Let op papieren schenkingen

Door de verschillende forfaitaire rendementen op vorderingen (6,17%)  en schulden (2,57%) worden schenkingen onder schuldigerkenning (‘papieren schenkingen’) per 1 januari 2023 anders belast dan tot nu toe. Dit betekent méér box 3-heffing bij degene die de schenking heeft ontvangen. Deze heffing kan worden voorkomen doordat de schuld wordt afgelost.

 

Let op verkoop eigen woning

Als je je woning hebt verkocht en geleverd en de koopsom staat op 1 januari op de derdenrekening van de notaris is dit (mogelijk) een vordering in plaats van spaargeld, met als gevolg box 3-heffing over een hoog forfaitair rendement (beleggen). De tip is daarom de woning over te dragen op een zodanig moment dat je op 1 januari 2023 óf een woning in bezit hebt (gunstigste optie), óf geld op je rekening.

 

In 2022 nog actie ondernemen?

Als je vermogen uitsluitend uit bank- en spaarrekeningen bestaat, hoef je niets te doen. Als je belegt in vastgoed, aandelen of andere ‘overige bezittingen’ kan het lonen om je box 3 vermogen aan te passen zodat de box 3-heffing op de peildatum 1 januari 2023 wordt beperkt.